Liefde in tijden van Corona, 17: Corona? Eigen schuld, dikke bult.

De R- factor ligt net onder de één, al weer een tijdje en de relatieve rust keert weer terug. Langzaamaan worden de relatief soepele Corona- maatregelen in Nederland versoepeld en via allerlei kanalen worden wij Nederlanders op allerlei niveaus van informatie voorzien. Het is een confrontatie met jezelf, zo’n crisisperiode waarin een instantie de besturing over je dagelijks leven overneemt. Het is in enige vorm te vergelijken met een oorlogssituatie, Macron gebruikte direct die retoriek, maar is het ook eigenlijk weer helemaal niet. Wij hebben als Nederlander helemaal met niemand ruzie, wij zijn hooguit wat bot geweest op diplomatiek niveau en trekken in Europa een te grote broek aan, maar boos is niemand op ons. Misschien de Belgen een beetje, maar dat is oud zeer en daarbij trekken wij in de Corona- pandemie enigszins gelijk op.

De informatievoorziening was na een week heel erg goed, zonder meer. Want wat is mijn kennis beperkt om deze situatie in de volle omvang en volle breedte te bevatten eigenlijk. Statistische, medische, economische, politieke, juridische en bestuurlijke onkunde is groter dan ik dacht. Dat sommige conclusies en maatregelen voor meerdere uitleggen vatbaar waren, werd vooral ingegeven door inventiviteit van hen die de maatregelen niet zo zagen zitten of door een met mij gedeelde onkunde, niet door de mensen die de beperkingen formuleerden. Elke stap heb ik kunnen volgen en kunnen snappen en dat lukt nog steeds aardig. Dat het parlement gelijk optrok was stimulerend na de capitulatie van Bruno, maar de makke houding die links nu inneemt is weer het andere uiterste. Iets meer tegenwind tegen de versoepeling van de maatregelen en het uitzetten van een neoliberaal kapitalisme in het post- Corona tijdperk had ik wel verwacht. Misschien komt dat nog.

Eén stap, het financieel helpen van de gedupeerden, toch al de minst sterken op de arbeidsmarkt (welke markt?) is snel en voortvarend aangepakt, maar niet iedereen komt aan zijn of haar trekken gewoon omdat de markt zo complex is geworden en wij al op een breed terrein in verschillende contracten en afspraken werkzaam zijn. Je kunt niet voor alles een regeling treffen. Natuurlijk wel voor de immer noodlijdende bedrijven waar de nationale trots van afhangt, dat kan weer wel. Het is duidelijk dat het pakket aan noodmaatregelen niet overgaat in een herziening van de verdeling tussen werk en inkomen en de hele maatschappij economisch corona- proof gaat maken. Jammer.

De jongeren zijn de grootste slachtoffers van de crisis, vindt iedereen. Maar in een historisch perspectief valt daar ook wel iets op af te dingen eigenlijk. De jonge mensen in de Tweede Wereldoorlog lieten massaal het leven en diegene die overbleven moesten door, of ze wilden of niet. Maar het is geen oorlog, het is een economische crisis. Er zijn méér economische crises geweest en die heeft iedereen, jong en oud altijd kunnen overleven. Het is vervelend voor iedereen

juli 2020

Liefde in tijden van Corona, voorlopige finale: Corona en expats en bewapen nooit die boa’s!

Schema expat problemen

Al werkende aan geëmigreerde kunstenaars in de negentiende eeuw, Duitse naar Nederland en Engelse, Amerikaanse, Limburgse, Franse, Duitse, Deense, Hollandse en Belgische kunstenaars naar Rome kwam geliefde een interessant schema tegen waarin de problematiek van een gemiddelde expat met zijn gezin uitgelegd wordt. Hij liet mij dit zien en ik dacht even dat hij hiermee onze situatie van tien jaar geleden en heden onder ogen bracht. Zo helder had ik onze gezinsproblematiek, die natuurlijk ingewikkelder is, niet eerder doorzien.

Om een paar opmerkingen weer te geven: “I miss my personal support network (family or friends); I don’t like being financially dependent on my partner; I am worried about my future finances; I still need to adjust to a different business culture/ work environment; I don’t have a professional network here; I have suffered a loss in personal income; I have trouble making new friends; I have had some trouble with culture shock; I am tired of expat life and would really like to put down roots somewhere, but I can’t; the language barrier is a problem for me; my partner/ family doesn’t seem happy with the decision to move here; moving abroad has been bad for my psychological and mental health.”

De realisering dat verhuizen naar Limburg eigenlijk emigreren was, werd plotsklaps glashelder. Niet te vergelijken met een verblijf in Friesland, Drenthe, Twente, Zuid- Holland, Zeeland, Zuid- Holland of de Achterhoek. En dat is natuurlijk de link met de huidige tijd: je zal als expat maar corona krijgen. Nu begrijp ik waarom ik mij zo’n zorgen maak in één van de zwaarst getroffen gebieden van Nederland, waar het carnaval van volgend jaar alweer voorbereid wordt. Ik las namelijk een stukje van de pagina van ‘de Limburger’ online omdat ik wat meer wilde weten over de zangkoren in Gronsveld die getroffen waren door het virus en leden verloren hadden. Ik vind dat zo’n naar verhaal: als er iets is wat ik hier waardeer, is het wel de koren en de fanfares die zo dapper tegen de tijdsgeest inspeelden en nu met de wind des tijds meespelen. Geen enkel bezwaar tegen. Dat de ‘Maastrichter Staar’ echter het liedje ‘Ciao bella’ op zijn repertoire heeft staan, vind ik wat minder, want ik kan deze traditionele mannenclub (vermoedelijk rk) en het Italiaanse vrijheidslied toch niet met elkaar rijmen. Net als de ‘Engel van Maastricht’ die eigenlijk een oorlogsgodin is. 

Op diezelfde pagina stond ook een foto van twee ondernemers in Heerlen die toch graag een doorstart van de carnaval zien. Ook geen bezwaar tegen hoor, als expat kan ik mij wel zorgen maken over het virus, maar het echt krijgen is een uitdaging, als ik het zou willen krijgen. Wat dat aangaat voel ik mij, ondanks de expatproblematiek behoorlijk veilig. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel.’

Het is niet nodig om weer in het verleden te gaan wroeten en zelfs niet in de recente verleden tijd om weer allerlei voorbeelden van discriminatie van Hollanders op te rakelen. Ik weet inmiddels door de laatste opmerking in het rijtje, dat het uiteindelijk een wisselwerking is geworden waarin ik zelf de hoofdrol ben gaan spelen. Een expatdrama met een zelf benoemde dramaqueen. Tijd om dat eens te gaan doorbreken door er aan hard aan te gaan werken, maar geen idee hoe. Corona heeft enkele initiatieven lelijk gedwarsboomd die, gezien mijn eigen gesteldheid al geen goede start maakten, en waarschijnlijk niet dat op zullen leveren wat ik gehoopt had, namelijk een gewoon gezellig leven zonder Limburgers die te pas en te onpas vragen wanneer je nou gaat verhuizen. 

Behalve corona zit ook de tijdsgeest niet mee. Het regionalisme en lokalisme tieren welig, vooral in deze contreien. De traditie was altijd al heel sterk, maar ergens worden er stiekem schepjes bovenop gedaan die de tegenstelling centrum- periferie alleen nog maar erger maken. De intellectuele, regionale elite speelt hierin een rol, een rol die toch eens door onderzoeksjournalisten bij de kop gepakt moet worden. Ik zou mij beperken tot de steden Leeuwarden en Maastricht: de concurrenten in de strijd om de culturele hoofdstad, niet meer dan een vertoon van regionale culturele impotentie ten top, waar geen enkele Nederlandse stad eigenlijk meer aan mee zou willen doen.

Wij gaan het niet hebben over Alma Tadema hoor, één van de meest anti- democratische kunstenaars van zijn tijd. Een hele discutabele opmerking natuurlijk: want was nou democratie in zijn bestaan, waarom zou hij een andere opvatting hebben dan zijn opdrachtgevers en heeft dat een negatieve uitwerking op zijn kunst. Natuurlijk niet, alléén werd de kunstenaar niet op deze manier in zijn netwerk gezet en zijn kunst een betekenislaag ontnomen, die wel zeker heel belangrijk was. Dat hij de herinrichting van het koor van de Dom van Aken mede gefinancieerd heeft, is maar een klein voorbeeld van zijn zeer conservatieve geest. Eugen Weber schreef het al eens: ‘l’avenir du passé n’est pas sûr’. En Albert Boime weet in vier delen overtuigend te bewijzen dat elke kunst in de negentiende eeuw politiek is. 

De democratie gaat mij hier ter harte en de regionale elite en intelligentsia wil hierin nogal eens uit de bocht vliegen door stelselmatig de ‘natiestaat’ te verbeelden als Goliath, tegen wie de stad als een David vecht. Het begrip natiestaat is dermate gedevalueerd in het academisch spraakgebruik dat ik voorstel hiervoor in de plaats verplicht ‘jonge democratie’ of ‘vroege democratie’ te gebruiken. Want het waren grotendeels democratieën in wording, deze natiestaten en niet de gedrochten in het traditionalistische jasje van een koninkrijk gewrongen die door anti- liberale en conservatieve partijen in het leven waren geroepen om de periferie, het edele en gelovige platteland het loodje te doen leggen. Niet de onrijpe democratieën die willens en wetens de provincies als wingewesten beschouwden. Dat de uitkomst weliswaar wel zo was, is een weeffout in die democratie geweest en is in Nederland sterk verbonden met de verzuiling. Een waanzinnig ondemocratische manier van samenleven. 

Dat de democratie na de Eerste Wereldoorlog, toch inmiddels een behoorlijke rijpheid verkregen hebbend, voor de periferie niet goed uitgewerkt heeft, heeft niet met het centrum van doen, maar met de onmacht in de regio’s zelf om zich goed te bedienen van de democratische instrumenten. En bovenal voortdurend zelf op die vermeende tegenstelling te wijzen door de rijke elite (want de elite in de periferie is erg vermogend), waardoor haar machtspositie versterkt wordt. Dat die tegenstelling inmiddels wel sterker geworden, heeft de periferie dus voor een groot deel aan zichzelf te danken. En dat ook de lokale en regionale intelligentsia wel vaart bij het versterken van die tegenstelling is dus ook  evident. (En dan te bedenken dat het hier om mensen gaat die dankzij de democratie hebben kunnen studeren en de posities hebben kunnen verwerven, die ze nu hebben.)

Vanuit dit gefrustreerd, antidemocratisch, stedelijk perspectief is het zo afkeurenswaardig om mensen die niet opgeleid zijn voor het echte politievak van wapens te voorzien. Het instituut van de nationale politie is geen geweldig fenomeen, dat is duidelijk; maar dat falen kan beter niet opgelost worden met boa’s, maar met een herverdeling van macht en bevoegdheden. Want uiteindelijk gaat het daar toch alleen maar om: de macht zo dicht bij zichzelf houden en het liefst met wapens, want niemand is meer onder de indruk van een uniform. 

Ik heb op zich niets tegen boa’s, prima mensen, maar wel tegen de rol die zij kunnen gaan spelen in anti- democratische ontwikkelingen waarvan niemand wil dat die gaan komen, maar die onvermijdelijk zijn. Want blijkbaar is de democratie in een provinciehoofdstad een hele andere dan de democratie in het regeringscentrum. Om de democratie weer passend te krijgen bij een volwassen democratie waarin centrum en periferie samenwerken, hebben wij stemplicht nodig en een afschaffing van politieke partijen op godsdienstige grondslag of minstens een financiele droogleggen vanuit de overheid van deze partijen (en geen bijzonder onderwijs, behalve geheel zelf bekostigd). En zeker geen gewapende boa’s, al is het maar met zo’n wapenstok. Een agressiever gebaar kun je bijna niet maken, dan met veel bravoure zo’n stok uitslaan en weer inklappen.

mei 2020

Liefde in tijden van Corona 16: het gevecht van de ander met zichzelf

Telkens als ik wéér onder mijn steen vandaan kruip, confronteer ik mijzelf met de ander. In de permanente staat van depersonalisatie waarin ik sinds 1997 verkeer, blijft het een uitdaging om die confrontatie zonder kleerscheuren te overleven. Eén ding is zeker en dat wist ik van begin af aan: het ligt niet aan de ander. Een hoogstnoodzakelijke hobbel die ik nog moet nemen is mijn kinderen uitleggen hoe het is om op te voeden in een dergelijke staat van ontbinding, waarin ontspanning niet bestaat en genieten iets uit een vorig leven is. Stilletjes hoop ik dat zij zelf tot dat inzicht komen en dat wij er niet uitgebreid voor hoeven te gaan zitten.

Ik kon het overigens wel hoor: ontspannen en genieten. Heel goed zelfs, maar dat is lang, heel lang geleden. Ik verbeeld mij dat de laatste tijd dit levensgenot weer een heel klein beetje terugkeert: dat was net voor de corona- crisis. Dat is de doem die over mijn leven hangt: net wanneer ik een doorstart kan maken met een onderzoek, wordt mijn moeder opgenomen en breken er tijden van mantelzorg aan (die ik overigens niet had willen missen en naar eer en geweten heb ingevuld); net wanneer ik een beetje goed op weg ben met mijn proefschrift, krijg ik borstkanker; net wanneer ik een nieuwe professionele uitdaging aan mag gaan, stort het dagelijks leven van mijn dierbaren en dus van mijzelf in doordat wij volkomen haaks op onze sociale omgeving blijken te staan; net wanneer ik weer een beetje het bestaan op de rails heb na een verhuizing, blijken de fundamenten van mijn huis verrot te zijn en verliest geliefde zijn baan; net wanneer ik mijn tweede kind gekregen heb, vindt de voorganger van het UWV het tijd om een full- time baan te accepteren aan het andere eind van het land en net na de geboorte van mijn eerste, vanzelfsprekend al een aardbeving voor een mens als ik, stort het leven pas echt in doordat de allernoodzakelijkste broodwinning weggeroofd wordt na een karaktermoord. Blijf dan maar eens één heel persoon, ook al is het gewoon het leven dat ik meemaak natuurlijk. Hoe doen anderen dat toch?

De ander kom ik nu door de lock- down en de zelf opgelegde quarantaine alleen tegen in de kranten, tijdschriften en tv- uitzendingen en ik verbaas mij eindeloos. Hoe kan het mogelijk zijn dat in één nieuwsuitzending mensen die noodzakelijkerwijs aangewezen zijn op de voedselbank voor het eerst in hun leven en mensen die noodzakelijkerwijs op vakantie moeten samen in één land leven? Terwijl één deel van mijn medebewoners ten onder gaat in een onvermijdelijke financiële crisis, staat een ander deel te springen om zodra het kan wéér een vliegreis te boeken, lees ik in dezelfde krant. De lock- down hoeft maar even intelligent afgeschaald te worden of een deel van Nederland zit in de trein naar Zandvoort. Natuurlijk is het zeker voor gezinnen een moeilijk vooruitzicht om na acht weken thuisonderwijs ook nog eens zes weken zomervakantie cadeau te krijgen, maar om nu zo tussentijds voor het eigen vertier te gaan is toch wat overdreven. Hoe kun je het die kinderen uitleggen? Gisteren mochten wij niet met de trein naar oma, maar vandaag mogen wij allemaal met de trein naar Zandvoort en oma gaan wij vanavond gezellig beeldbellen om dat te vertellen. Zoiets?

De ander komt waarschijnlijk in de zomer massaal naar Zuid- Limburg, want de grenzen blijven gesloten. De eerste tenten, caravans en kampers staan al op de kampeerterreinen met elkaar rakende scheerlijnen en luifels. De vroege ochtenden worden al gevuld met vroege vogels die je nooit eerder in de natuur zag, uitgedost in dure uitrustingen van de Bever met een gezicht dat staat ‘wij genieten nu van ons eigen land in eigen land’. Ik begrijp niet dat mensen die in aanleg niets met natuur hebben nu plotseling massaal de natuur in trekken. Je hoort ze van ver aankomen en ze trekken een spoor van vuil achter zich aan. Even hoopte ik dat de natuur zou opleven, maar dat is ijdele hoop. Ik hou mijn hart vast: de laatste wandelingen brachten geen enkel beest meer in het vizier. Het arme Zuid- Limburg: én geteisterd door het hoogste aantal corona- doden en nu ook door een invasie van de gezond gebleven anderen. 

De ander loopt ook nog niet met mondkapjes op en nu weet ik het ook niet meer wat ik moet doen. Zo’n genot is het nou ook weer niet, zo’n lap voor je smoel. De recente geschiedenis leert dat Nederland niet in staat is mondkapjes te bemachtigen om wat voor reden dan ook. Mij wordt wijs gemaakt dat dit voor alle landen geldt, maar ik geloof dat niet. Weken geleden landde een vliegtuig vol mondkapjes al op Zaventem en bij elk vliegtuig dat nu over ons dak vliegt, zegt geliefde: ‘Daar komen onze mondkapjes.’ Was dat aan het begin van de lock- down nog één vliegtuig per dag, nu zijn het er ongeveer vijftien, Qatar voorop. Soms denk ik dat de rest van de wereld een hele erge hekel aan Hollanders heeft en ons daarom verstoken laat blijven van mondkapjes. ‘Eigen schuld, dikke bult’, hadden wij maar niet zo onaangenaam moeten opereren op Europees en wereldniveau en allerlei mensen tegen de haren in moeten strijken in onze geborneerde zelfverheerlijking. Eigenlijk denk ik dat Nederland de fase van mondkapjes gewoon overslaat: hoezo openbaar vervoer, als je zonder mondkapje in de auto kunt zitten? En 100? Rijdt er op dit moment iemand géén 130 om de virussen te snel af te zijn? Gewoon plankgas naar je werk.

De ander gaat ook zo gauw het kan weer op terrasjes zitten en drankjes bestellen ongeacht de prijs die gerekend gaat worden; in sporttenue naar de sportschool en in hetzelfde tenue weer terug en misschien ook in badpak naar het zwembad en druipend weer terug. De ander gaat ook weer naar de bioscoop, concertzaal en theater en geniet met veel beenruimte van het vertier om in de pauze te dringen voor de wc’s en zelf meegebrachte flessen wijn te ontkurken, omdat de bars gesloten zijn. De musea, bibliotheken en archieven gaan weer van het slot en de ander loopt als herboren door de gebouwen dubbel zo hard te genieten van ons erfgoed dat acht weken lang onbereikbaar was. Liepen de bezoekersaantallen in die instellingen ook al niet dramatisch terug voor de corona? Alleen de top- musea, het algemeen rijksarchief en de KB scoren toch hoog op bezoekersaantallen? 

De ander ligt gelukkig ook op de IC of is overleden aan corona. Door de loslippigheid van artsen en verplegers en het naarstig speuren van onze journalistieke speurhonden weten wij precies wie er doodgaat aan corona: de oudere, obese ander die een verkeerd immuunsysteem heeft en woonachtig is in het zuiden van het land. In een heel pril stadium deelden artsen hun observaties al, dat het vooral ‘appeltjes’ waren die op de ic terechtkwamen; uit de indringende doodsberichten bleek ook dat het geen gemiddelde villa- bewoners waren die sneefden, geen ceo’s die zich per ongeluk nog voor dit jaar een vette bonus hadden toebedeeld of captains of industry die hun bedrijven failliet laten gaan om het eigen geld te redden, maar taxichauffeurs die net voor hun pensioen een zieke naar het ziekenhuis rijden en mensen die iets met de zorg te maken hebben of verzorgd worden, sorry hadden en werden. Helaas zullen wij nooit weten hoeveel mensen aan corona overleden zijn, want de testen zijn, net als de mondkapjes,  in Nederland niet voorradig, zo krijg ik te horen. Ik krijg heel veel te horen en te zien van de ander en over de ander en het lijkt alsof zij allen met zichzelf in gevecht zijn en ik daar deelgenoot van moet worden gemaakt. Wanneer zegt de ander nou gewoon niet dat dit geschiedenislesje ons inzicht moet verschaffen over de onhoudbaarheid van onze samenleving zoals die was en staat die ander niet op om ons te vertellen hoe die samenleving er wel uit zou moeten gaan zien? De ander weet toch ook dat het niet het virus is dat ons ziek maakt, maar de typisch Nederlandse samenleving? Als de ander nou wat meer naar de ander kijkt, dan komen wij er vast wel uit.

 

 

mei 2020

Liefde in tijden van Corona 15: De gevaren voor links georiënteerde hervormingsbewegingen in het Corona- tijdperk

 

Dat het eind van de huidige vorm van democratie, de liberale in zicht komt was vóór de corona- crisis wel al duidelijk. Met geweldloos geweld werd het indrukwekkende tegengeluid van de ‘Occupy’ beweging in 2011 in de kiem gesmoord. In dezelfde periode werd een nieuwe impuls gegeven aan het populisme door het betreden van de politieke arena door een jongere generatie. De financiële crisis van 2008 was voor beide ontwikkelingen een belangrijke aanjager. Deze vorm van populisme van wie de leiders op de hoogste trede van de democratie konden gaan meespelen lijkt nu te verdwijnen. Niet omdat deze leiders uitgespeeld zijn, maar omdat het lijkt alsof zichzelf terug getrokken hebben. Zij zijn stiller geworden, ‘se rétirer pour sauter’ zeggen de Fransen. Vanuit deze comfortabele positie zullen zij in de loop van het post- coronatijdperk de weg opspringen en de leiders van een rampscenario van het socialisme dat nu vorm gegeven wordt om zeep helpen (figuurlijk). Dit ‘rampsocialisme’ wordt nu opgetuigd om te overleven, niet om een nieuwe maatschappij te creëren, waarover van te voren duidelijk nagedacht is. Niet overleven zou nu bovenaan moeten staan in het streven naar herstel, maar hoe willen wij verder leven in een maatschappij die gebaseerd is op democratische waarden. De acute financiële misère waarin nu veel mensen gestort worden, lijkt mij niet met leningen op te lossen. Eerder lijkt een herkaveling van werk en inkomen voor de hand, met een basisinkomen voor iedereen.

De leiders op links steken nu hun nekken uit en forceren oplossingen voor een betere toekomst. Dat is geweldig en is ook nodig, ook zonder corona- crisis, maar ze betreden een mijnenveld. Het mijnenveld dat er lag voor de crisis, waar de scheiding tussen hoog- en laagopgeleid te groot geworden is en de uitzichtloosheid aan de onderkant van de samenleving uitzichtloos geworden is als gevolg van de vluchtelingencrisis, die nog steeds voortduurt en andere neo- liberale ontwikkelingen, die gewoon te lang duren. De financiële crisis heeft hiervoor al een solide basis gelegd.

Dat er een betere maatschappij zal komen geloof ik op mijn leeftijd en na mijn studies niet meer zo hard. Ik bewonder het vuur en de overtuiging van de jonge links georiënteerde mensen om dat te willen bereiken, maar de miljarden die nu over de balk gegooid worden om ondernemingen als KLM – Air France op de been te houden (ze waren beiden al gespalkt en van stokken voorzien) is een veeg teken van een volkomen gebrek aan respect voor de toekomst voor jonge mensen. Het is ‘het opwarmen van een lijk’. Terecht dat vanuit links geëist wordt dat er prijskaartjes hangen aan deze injectie. Op papier zullen deze eisen vermoedelijk wel ingewilligd worden, maar worden ze ook verzilverd? Waarschijnlijk worden de eisen langzaam in de loop van de tijd verwaarloosd, vergeten en dan bij een volgende crisis gebruikt om aan te geven dat er te weinig toezicht was op het voldoen aan de eisen en dat de schuld toch eigenlijk bij de eiser ligt. Maar dat geeft niet: zullen wij het gewoon nog eens proberen?

Dat de liberale democratie zieltogend is in de ogen van méér mensen, komt ook door de bewustwording dat hele andere groepen mensen belangrijk zijn in de maatschappij. De waardering voor de zorg in al haar facetten, van thuishulp tot schoonmaker en van vuilnisman tot vakkenvuller wordt nu nog geuit in applaus en aubades, maar moet resulteren in daadwerkelijke, permanente herwaardering van dit werk. Als dit niet gebeurt, dan ligt hier een hele zware mijn in het veld.

Een andere mogelijke mijn is die van het gebrek aan Europese samenwerking en het sluiten van de grenzen. De spastische reactie om grenzen te sluiten heeft zoveel vernietigd dat de EU niet meer dan een wassen neus geworden is. Eurosceptici zullen zeggen dat dat al zo was, maar tot op heden was de intentie tot Europese samenwerking al een belangrijke stap voorwaarts in het prille bestaan van de EU en zijn hier positieve miljarden euro’s ingestoken. De linkse herstelbeweging moet echt méér inhouden dan ramp- socialisme in eigen land.

De grenzen open zodat Europeanen elkaar weer in de ogen kunnen kijken en elkaar ideologisch kunnen versterken. Houden wij de grenzen dicht, niet alleen fysiek maar ook in ons hoofd, dan ligt hier een tweede mijn. Die lag er al, maar zal gevaarlijker worden. Vooral links heeft veel te winnen bij open grenzen.

Er zijn natuurlijk nog meer mijnen te ontdekken, maar belangrijk is ook het antwoord op de vraag wie nu eigenlijk profiteert van de huidige crisis. In ons land is dat gelukkig niet de de regering, zoals Foucault dacht dat zou gebeuren wanneer dergelijke rampen zich voordoen en ook daadwerkelijk gebeurde. De regering versterkt hier niet haar macht. Dat vind ik een geweldige prestatie, want er zijn andere voorbeelden en het makkelijk gekund. De openheid van communiceren over de ramp is waarschijnlijk een reden, maar ook het terugtreden van onze Bruno is een oorzaak. Wij zijn het misschien even vergeten, maar het heeft wel indruk gemaakt op de mensen die nu op het hoogste niveau de kar trekken en op de stuurlui aan de wal. Althans voor nu. Op tijd bijsturen in de maatregelen is bijna vanzelfsprekend aan het worden.

Een tweede partij die historisch gezien goed garen spint bij dergelijke situaties is de traditionele kerk. Nu nog bevolkt door de ‘laatsten der Mohikanen’, traditionalisten met bijzonder weinig humor, maar hun stembanden al aan het smeren voor opwekkingssamenkomsten en volksmissies die misschien wel komen gaan. Het recht op het uitoefenen van je geloof zal een belangrijk wapen worden in het leger van de conservatieven die de bestaande maatschappij willen behouden en zelfs willen terugdraaien naar historische waarden. De middeleeuwse kramp van de negentiende eeuw, het eeuwige verlangen naar herstel van de  alliantie tussen troon en altaar ligt op de loer. De grote conservatieve restauratie na 1848, op basis van een prille democratische grondwet geforceerd, werd ook in gang gezet na dramatische gezondheidscrises (cholera), natuurrampen, misoogsten en ongekende en onbeminde moderniseringen in de context van ware volksverhuizingen. Emile Zola beschreef de gevolgen in ‘L’Assommoir’, waarvan enkele beschrijvingen mutatis mutandis nu geschreven zouden kunnen worden door iemand uit de Parijse banlieue of de vluchtelingenkampen. Het in gestrekte  draf één dag voor de afkondiging van de lock down naar boven halen van de botten van composiet heilige Servaas is hier een amusant voorbeeld van. Geen slecht woord over de troost die mensen daadwerkelijk vinden in het bijzijn van relieken overigens.

Met de alliantie tussen troon en altaar komt een derde groep in het vizier, het koningshuis en de adel. Gelukkig hebben wij in Nederland voor als nog veel grip op deze groep en is zij niet meer dan een puntje op de corona. Maar vervang je deze groep door de ‘ondernemers’ van de echt grote bedrijven, die vanouds rondom deze instituties cirkelen en veel voordeel hieruit halen, dan is weer wel een derde profiteur van niveau aan te wijzen. Het volstaat om hier de nationale vliegmaatschappij te noemen die ten onrechte zo veel geld krijgt. Had de maatschappij failliet laten gaan en dan gekeken naar een doorstart op termijn op geheel nieuwe voorwaarden in een nieuwe maatschappij. Het argument dat er een reeks toeleveringsbedrijven e.a. omvalt, is er met de haren bijgesleept. Dat was al in eerder stadium het geval en ook deze ondersteunende werkzaamheden worden hoe dan ook opnieuw beoordeeld in een post corona- maatschappij. En waarom zou je deze branche in zijn geheel wel willen steunen en andere niet, zoals havenbedrijven, openbaar vervoer en de culturele sector. De KLM is een Nederlands machtssymbool pur sang, nog sterker dan het koningshuis.

De grote verliezers van deze crisis zijn nu de mensen die gedwongen thuis zitten en niet in een groter verband horen. De burgers, de middenstand, de onderste lagen, de intellectuelen en de kunstenaars. Het zijn vanouds de slachtoffers in de crisisbewegingen van de geschiedenis en het revolutionair elan onder deze groep stijgt, wanneer het water aan de lippen staat en de linkse beloften niet gaan uitkomen. De reactie die hierop komt wordt gedragen door de immer kapitaalkrachtige profiteurs en wanneer deze twee vechten om een been, dan gaat rechts er mee heen.

 

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 14: geesteszieken en Corona

Dit onderwerp kwam op na een telefoongesprek met mijn broer gisteren, het wekelijkse contact dat ik sinds een half jaar met hem heb na het overlijden van onze moeder. Het verhaal had ik al snel in mijn hoofd, maar vond het niet kies om het te schrijven. Nog steeds niet, maar ik werd over de streep getrokken toen ik een ingezonden brief las van een psychiatrische thuiszorgverpleegkundige in de Volkskrant, waarop ik toch mijn waarneming van een afstand over de situatie waarin mijn broer nu verkeert de wereld in wil sturen.

Mijn broer woont in Goes en wordt begeleid door het FACT team van Emergis. Hij staat onder bewindvoering en weet al jarenlang zichzelf goed staande te houden in de voor hem zo moeilijke situatie die zijn ziekte met zich meebrengt. Ik ken de diagnose niet, hoef ik ook niet te weten, maar ik vermoed paranoïde schizofrenie. Een ziekte die in een deel van de familie niet geheel onbekend is. Ook dit vind ik helemaal niet zo kies om op te schrijven, maar het maakt het beeld wel completer. 

Na het overlijden van onze moeder, januari 2019, is het gelukt om mijn broer zover te krijgen om te bellen. Zowel technisch als communicatief was dat voor hem een hele stap, maar voor mij ook. Vooral dat laatste vond ik erg spannend: dat communiceren. Ik zat niet te wachten op een nieuwe vorm van mantelzorg, niet over deze grote afstand en niet in de persoon van mijn broer. Dat klinkt heel hardvochtig, maar het is wel zoals het is. Hieraan ligt geen gebrek medemenselijkheid of invoelingsvermogen ten grondslag, noch luiheid of gemakzucht, maar een veel groter en complex beleven van een levenslange band met iemand die zwaar geestesziek is.

Ik vind de term geesteszieke prettiger dan psychiatrisch patient, dat allitereert op een vervelende manier en een scala van afwijkingen doet vermoeden, van mild tot volstrekt grove abberaties. Mijn broer is gewoon ziek, heel erg ziek en werd dat al jong, heel erg jong. Terugkijkend is het al begonnen in zijn kleuterjaren en heeft onze moeder zo vaak tevergeefs om hulp gevraagd. Maar wie had in de jaren zestig en zeventig ook maar enige interesse in het psychisch welbevinden van kinderen? 

Het bellen gaat goed, één keer per week en de contactmomenten die ik ingebouwd had om hem nog eens te ontmoeten na de begrafenis, zoals de inrichting en verzorging van het graf heeft hij voorbij laten gaan. Het is ook voor hem waarschijnlijk geen optie om mij in het vizier te hebben als mantelzorger. Maar helemaal zeker ben ik hier niet van, of wil ik niet zijn, want het blijft toch je broertje.

Maar het gaat niet om mij. Het gaat om mijn broer en de zorg die hij nu niet krijgt. Zijn waarnemingen worden steeds psychotischer . De beleving van de schaarse ontmoetingen met zijn psychiater (één keer per jaar) en begeleider (s) van het team, onregelmatig, verschillende gezichten en één keer in de twee weken bij het zetten van een injectie waa al niet heel sterk, zo merkte ik het afgelopen jaar. Zo werden mobieltjes van de psychiater die op de tafel neergelegd werden, geïnterpreteerd als luidsprekertjes waarmee de ‘overheid’ mee kon luisteren (hij is altijd nog heel erg bang dat hij zijn uitkering kwijtraakt en werk moet gaan zoeken) en dat de psychiater eigenlijk de dubbelganger van de oorspronkelijke is, maar wel een foute. 

Terzijde is het wel frappant dat in de beeldvorming van het 5G netwerk en Corona, de masten als objecten zo’n grote rol spelen. Het valt de mastverbranders blijkbaar niet uit te leggen, dat de mast jou niet zoekt, maar dat je eerst je mobieltje aan moet zetten dat vervolgens de mast opzoekt. Gewoon geen mobieltje aanzetten dus, i.p.v. masten in de hens zetten. Er lopen veel schizofrenen rond in dit brandstichtersnetwerk. (5 G hoeft voor mij trouwens ook helemaal niet) 

Mijn broer wilde zelf veranderen van type medicatie en is nu gestopt met de injecties, omdat de begeleider de injecties zou stelen en zou doorverkopen (de mensen moeten zelf de spuiten halen bij de apotheek, opbergen en tevoorschijn toveren als de begeleider komt; ik ben één keer in het huis geweest en begrijp het probleem) en slikt nu pilletjes. Daardoor hoeft de begeleider ook niet meer langs te komen voor een injectie. Hoe dit alles precies liep voor de corona- crisis, kan ik over de deze afstand niet beoordelen en wil ik ook niet moeten beoordelen. Ik heb al een keer gebeld met de begeleider om in overweging te geven dat een andere vorm van zorg misschien beter zou zijn. Een kleiner appartementje, (mijn broer droomt van een flatje),  wel alléén, maar met gelijkgezinden in de buurt en betrokken begeleiders en vooral met behoud van zijn poezen, waar hij dol én goed voor is. Het zou besproken worden tijdens de jaarlijkse bijeenkomst met de psychiater (waarvan ik hierboven al een impressie gaf). Zelf hebben partner en ik gekeken naar alternatieven in de vorm van inrichtingen waar zelfstandig gewoond kan worden: er ligt er één vlak bij Bergen op Zoom in de bossen bij Woensdrecht, maar mijn broer wil niet weg uit Goes.

Nu het corona- tijd is zijn de bezoeken aan huis gestopt, maar wordt er gebeld. Mijn broer snapt dat niet en heeft daar hele andere gedachten bij. Beeldbellen lukt niet, want door de zware medicatie (hij heeft een verklaring moeten ondertekenen, al vele jaren geleden, dat hij de instelling niet verantwoordelijk zou houden voor de risico’s die deze medicijnen met zich bijbrengen), de epilepsie die hij door die medicijnen gekregen heeft vermoedelijk en zijn slechte motoriek kan hij nauwelijks het toestel bedienen, laat staan de verschillende functies gebruiken. Hij spreekt af en toe een gelijke, die vertelt dat de begeleider wel aan huis komt om injecties te geven en snapt nu niet waarom hij niet bezocht wordt. Aan het begin van de crisis heb ik het team al eens gebeld om te vragen hoe het contact geregeld wordt. Er werd nog over nagedacht. Er bestond echt, totaal geen enkel beeld van hoe in een crisissituatie met externe patiënten om te gaan. Helemaal niks. Het idee was om spreekuren in het gebouw te houden. Ik denk niet dat mijn broer daar vrijwillig naar toe gaat. Heb hem er ook niet over gehoord. 

Gisteren was het Koningsdag. Dat is mijn broer ontgaan en hij liep door de stad om zijn wekelijkse pakje pijptabak te kopen. Er was niemand op straat. Dat is typisch Zeeuws: als de koning zegt dat je zijn verjaardag in je woning moet vieren, dan doen ze dat allemaal heel gehoorzaam. Een enkele fietser kwam hij tegen: hij dacht dat iedereen aan de Corona dood gegaan was en dat hij één van de weinige overlevenden was. 

In de ingezonden brief las ik dat wanneer in deze tijd de situatie zo verslechtert bij deze mensen, opname de enige optie is. Voor mijn broer zou dat een ramp zijn. En ik denk voor alle geesteszieke mensen die nu in deze situatie zitten. De begeleiding was al slecht vóór de crisis, maar is nu helemaal afgeschaald naar een gevaarlijk dieptepunt, zeker in zo’n stadje als Goes waar de betreffende instelling een regionale verantwoordelijkheid heeft. Traditioneel wordt veel inofficiële zorg volgens mij ook buiten deze instelling om geleverd: binnen de kerkelijke verbanden met gesloten beurzen. Iedereen die daar buiten valt, is een buitenstaander en als je geen familie hebt, een verlorene.

Dit is schrijnend en mag niet zo zijn. Wel de tandensmid aan het werk laten gaan, maar niet de zorg aan huis leveren voor geesteszieke mensen die zich nauwelijks staande kunnen houden, maar ook niemand tot last zijn of om zorg durven vragen uit angst opgenomen te worden en dan uiteindelijk wel opgenomen moeten worden onder dwang omdat ze afgegleden zijn.

En dan mijn eigen situatie, waar het hier niet omgaat als nawoord: het is heel lastig om dit te verwoorden, maar ik ben er van overtuigd dat geestesziekte besmettelijk kan zijn. Ik geloof dat je bepaalde patronen en invloeden uit je jeugd verre van je moet houden, als je voelt dat deze ziekmakend zijn. Mijn grootste wens is altijd geweest om jong uit Goes te vertrekken en te gaan studeren, om het laatste, maar vooral ook om het eerste. Want geestesziekte bestaan niet alleen binnen een gezin of betreft één persoon. Ik ben ervan overtuigd dat het een samenlevingsfenomeen is: een negatieve, soms zelfs agressieve wisselwerking tussen een gesloten gemeenschap en nieuwkomers.

Afstand houden is voor veel mensen die opgegroeid zijn in de nabijheid van psychisch zieke mensen in een dergelijke omgeving een voorwaarde om zelf enigszins gezond te blijven. Ik weet zelf hoe moeilijk dat is en dat het kan leiden tot chronische depressie en posttraumatische stress. De al vele jaren geleden verplicht gestelde mantelzorg is daarom een gotspe als het om geesteszieken gaat. Je mag dit niet van familie vragen. Het gebeurt wel: ik heb dat zelf meegemaakt en kan mij nauwelijks verdedigen tegen deze door de overheid opgelegde plicht, omdat het je in je hart raakt. 

 

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 13: het virus als een in gedachten evolutionair cadeau

Het schijnt dat Jord Kelder zich onmogelijk gemaakt heeft door een relativerende opmerking te maken over het virus en de generaties die het treft. Het virus is niet te relativeren zolang niet alles over het virus bekend is en er geen medicijn beschikbaar is. Er is zelfs geen vaccin en daarom is elke dode er één teveel. Vreselijk zo’n opmerking van een ‘influencer’. Elk leven is kostbaar en besmetting moet voorkomen worden en dat kan alleen als iedereen daaraan meewerkt. Dat lukt niet: die anderhalve meter samenleving kunnen wij wel op ons buik schrijven, want blijkbaar denken veel mensen zoals onze Jord. En niet alleen in Nederland, overal. Mondkapjes als alternatief zie ik wel als mogelijkheid, maar het valt niet mee. Misschien moet ik geen antistatische stofdoekjes in het kapje stoppen, maar gewoon tissues. 

Over tissues gesproken: het hele heuvelland ligt nu vol met tissues, soms met latex handschoenen in combinatie met des mensen eindproduct. Je zult je hond maar vrij laten lopen in dit natuurgebied, het beest ruikt en likt aan dat eindproduct en komt vervolgens weer lekker bij jou je hand aflikken, waarmee jij je neus afveegt…… Een aandachtspunt voor onze natuurbeheerders: wc- wagens neerzetten en tweemaal per week de prullenbakken legen in plaats van een keer per maand.

Naast de aan corona lijdende nertsen, kwamen de afgelopen dagen een paar opvallende nieuwsberichten bij mij binnen, die bleven hangen. De meest schokkende vond ik wel dat de zorgverzekeraars op dit moment de salarissen betalen van de mensen in de ziekenhuizen. Deze zorgverzekeraars, de veroorzakers van al het leed van dit moment, waren nog niet in beeld gebracht eerder, maar Buitenhof bracht hierin verandering. Niet ten voordele van deze groep overigens. Tijd om de teugels aan te halen en de regie over te nemen op nationaal niveau, en dan niet na de crisis, maar nu. Had die buffer van de verzekeraars niet eerder besteed kunnen worden aan voldoende ic- plaatsen en bijvoorbeeld mondkapjes? 

Een tweede interessant nieuwtje was dat het aantal patiënten in Noord- Brabant weer aan het stijgen is. Ik ben aan het afkicken van het RIVM, dus heb de betreffende kaartjes en cijfers niet geraadpleegd. Het lijkt mij dat elke nieuwe patient,  die twee weken geleden besmet geraakt is, dus of zelf volledig op de hoogte moet zijn geweest van de ernst van het virus of diens besmetter dat moet zijn geweest, zelf schuld draagt aan zijn besmetting. Als wij hier niet met zwaar demente mensen of anderszins cognitief gehandicapte mensen te maken hebben, dan is schaamte op zijn plaats.

Het meest schrijnende geval van schaamte verscheen in de gedaante van een vertegenwoordiger van een iets oudere generatie, die als politiek leider van een zekere partij toch weer liever het zonnetje in huis wilde worden en besloot af te treden, samen met het hele bestuur en een enkel loslopend kopstuk. Dit mens dacht echt dat het aan alle anderen lag en omdat het bestuur hem steunde, was dat ook zo. Ik hoop ook af en toe dat datgene wat mij overkomt aan anderen ligt, maar ik weet al heel lang heel zeker dat dat niet zo is. Ik hoop dat deze mijnheer zich verder niet meer vertoont op plaatsen waar hij gevaar loopt in de visuele media terecht te komen, want de plaatsvervangende schaamte kan bijna niet groter zijn bij mij en zijn generatiegenoten. Dit zijn allen mensen van boven de vijftig gelukkig.

Een gevoel van triomf overviel mij echter toen ik Jesse Klaver zag opereren in de discussie met de oud- voorzitter van de chemie- bedrijven en voorzitter van het bestuur van het Rijksmuseum of zoiets. Een figuur om wie ik in gedachten al kunstpausen, kunstkardinalen, kunstpastoors en kunstmisdienaars kwijlend zag kronkelen. Het einde van het neo- liberalisme is nu echt in zicht en ik heb alle vertrouwen in Jesse. Ik ben helaas geen generatiegenoot van Jesse, maar word het in gedachten wel. De manier waarop hij zich weerde in de discussie, zijn roer recht hield en zijn toon beschaafd (bij Bruno ging dat iets minder), was indrukwekkend. Ik genoot van de afgang van het heerschap en hoop ook hem nooit meer te zien, maar dat zal ijdele hoop zijn, want zijn functie in het bestuur van het Rijksmuseum maakt hem natuurlijk wel tot de mecenas waar heel Nederland zo blij mee is en nog zo lang van hoopt te genieten. En nee, natuurlijk niet, de belabberde situatie voor alle mensen buiten het Rijksmuseum in de rest van de culturele sector ligt niet aan ondernemers, zoals hij. Echt niet. Het idee alleen al.

Ergens opperde een wetenschapper de gedachte om dat maatschappij af te sluiten voor mensen boven de zestig (vijftig mag ook hoor). Na afloop van Buitenhof bedacht ik dat dat niet zo’n gek idee is en dat wij misschien het virus toch zouden moeten omarmen, in gedachten dan natuurlijk, als evolutionair cadeau, een surprise die onverwacht het eind van het neoliberalisme inluidt. 

Speciaal voor Jesse en zijn volgers: let op het beeld met banier van de communistische partij en zoek contact met andere Europeanen. Met dank aan een Franse collega.

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 12: de gebenedijde kunstenaar en misschien een hormonaal gestuurd virus?

Met mijn grijze, verstofte kop graas ik tweemaal per dag het (inter) nationale nieuws af en onthoud wat ik wil onthouden en vergeet wat ik toch niet wilde weten. De laatste categorie bestaat verdacht vaak uit cijfermateriaal en ingewikkelde statistieken. Niet mijn ding. Tot voor kort behoorde hier ook de categorie geldzaken toe, maar dat is intussen veranderd. De gezondheidscrisis is méér een economische crisis, vooral in Nederland en de gevolgen raken ons allemaal. Dat de gevolgen ook gelijk verdeeld gaan worden, is nu al ontkracht door het feit dat notoire verliesgevende bedrijven vol nationale symboliek en door de mazen van de belastingwetten glippende high tech-organisaties per direct overheidssteun krijgen, terwijl net gestarte ondernemers en gewoon neutraal draaiende, hardwerkende zelfstandigen daarentegen het nakijken hebben. Behalve een technische briefing over de Corona, een geweldig goed en transparant gebeuren, zou ik zo langzamerhand ook wel eens dergelijke voorlichting willen hebben over de centjes, want waar al dat geld nu plotseling vandaan komt is voor een financieel onbenul als ik echt onbegrijpelijk. Dan heb ik het nog even niet over al het geld dat aan de ontwikkeling van lekkende appjes wordt besteed op dit moment en waar niemand op zit te wachten. Wiens hobby is dit of voor welke lobby werkt hij? Ik hoorde net over een appje waarop je een aantekening kunt laten zien of je Corona gehad hebt of niet en als je dat laat zien, dan mag je een kroeg in. Ik denk niet dat een gemiddelde kroegbaas zijn vaste clientèle buiten de deur gaat houden, als die het appje niet gebruikt en gewoon van de mond op mond reclame wel weet wie er ziek is geweest en wie niet. Bij zijn collega’s in grotere steden met een meer anonieme klantenkring zal uiteindelijk de kassa en het gebrek aan handhaving de doorslag geven. 

Het idee om mensen die gecertificeerd Corona gehad hebben (wij worden dus allemaal op voorhand getest alvorens wij zo’n appje verplicht moeten gaan gebruiken) in te zetten voor de vervanging van mensen in vitale functies om die even een adempauze te geven en om openvallende plekken in de ondersteuning op te vullen en aanvullende taken te verrichten in bijvoorbeeld de extra opvanglocaties voor zieken, werd ook geopperd door een gebenedijde kunstenaar. Dat is een kunstenmaker die kan leven van zijn werk en voor wiens werk ik ook veel respect heb. (Mijn moeder sprak stelselmatig over kunstenmakers in plaats van over kunstenaars.) Zijn pleidooi past in het geweervuur dat nu op gang komt om te zorgen dat de zwaar getroffen kunstensector in de hele breedte maximaal te ondersteund moet worden voor de onvermijdelijke ondergang, een ondergang die toch al voor velen op de loer lag door de catastrofale studie- en beroepskeuze en het waanzinnig hoge niveau, dat je moet bereiken om van je werk te kunnen leven. Wij zijn het over eens dat het troostende dat musicerende en dansende mensen bieden en het verrukkelijke van de beeldende kunst ons helpt door de crisis en maakt en het  onze cultuur waardevol genoeg maakt om voor te strijden, om het corona-virus te verslaan, om in oorlogsterminologie te blijven. Ik ken kunstenmakers van nabij, ben er mee opgegroeid en ik zal nooit vergeten dat mijn moeder soms doodmoe thuis kwam van haar vrijwillig gekozen nevenbezigheid om kunst in ontvangst te nemen, die door BKR- kunstenaars gemaakt was in ruil voor een vergoeding. Dat waren nog eens tijden. De betreffende beheerder van de kunstuitleen was alcoholisch zwaar belast en kon niet altijd acte de présence geven, vandaar. De kwaliteit van het werk vond moeder niets: ze had zich beter thuis gevoeld in deze tijd. Maar behalve de kwaliteit van het werk, brak haar vaak de houding van de heren en dames kunstenmakers op én het feit dat ze hun voeten niet veegden en de wc vies achterlieten. ‘En ik maar werken’ zuchtte ze soms. Ik denk dat hier mijn grootmoeder ook stiekem door de woorden heen piepte, een vrouw van een ‘kerkelijke kunstenaar’, zo brodeloos als een kerkrat, die al het werk moest doen (met vijf kinderen, of waren het er zes? Nu in ieder geval niet meer.) Dat is het lot van oudste dochters geloof ik, niet dat zij een moeder hebben, maar dat zij een grootmoeder hebben. 

Maar goed: het probleem van gebenedijde kunstenaars is, dat zij ook heel slim zijn en hun minder draagkrachtige collega’s ook, want zij vormen een belangrijke groep mensen die niet lijfelijk getroffen wordt door het virus. Ze staan niet in de frontlinie en ik denk ook niet dat zij solliciteren naar een vrijwilligersplaatsje in de frontlinie of ooit überhaupt ook maar gedacht hebben aan zo’n broodwinning. Ik heb zelf wel gekeken naar een mogelijke vrijwilligersplaats bij het MECC dat ingericht werd met rijen bedden. Ik was helaas slechts geschikt voor gastvrouw en ik denk dat ze daar eigenlijk liever een inheemse voor kiezen, i.v.m. de communicatie zal ik maar zeggen. Overigens heb ik zelfs nog een korte tijd een opleiding in de verpleging overwogen, mijn andere oma was verpleegster, vandaar.

De gebenedijde kunstenaar houdt zich namelijk bezig met kunst, heilige kunst en is daardoor onaantastbaar. En dan is ook nog ‘alles van waarde weerloos’, een gezegde dat bij uitstek van toepassing wordt geacht op de kunst. Het is al erg genoeg dat kunstenmakers het moeten doen met een zzp’er schap en maatschappijbreed gebrek aan erkenning. Niet dat ik de bezuinigingen niet erg vond onder Halve Zijlstra, beslist niet, maar je kunt niet ontkennen dat de gebenedijde kunstenaar nu wel heel makkelijk de regering (en dus de maatschappij) verantwoordelijk wil stellen voor de gevolgen van de corona-crisis die voor iedereen even heftig is, kunstenaar of niet. En dan heb ik het nog niet eens over het hele legioen afgeleide kunstenmakers bestaande uit mensen die in de kunsthandel, theaters, musea, onderwijs en vorming etc werken of in de overvloedig gevulde besturen zitten, die deze clubs moeten aansturen en die eigenlijk méér verantwoordelijk zijn voor de belabberde positie van de on-gebenedijde kunstenaar, dan corona- virus en Zijlstra bij elkaar. Als er ergens een verrot systeem bestaat, dan is het wel daar en dat had al lang vervangen kunnen worden en het proleterige mecenaat dat nu in de steigers staat, is  echt geen alternatief. Het onderwijs en de zorg zijn wat dat betreft nog steeds beter af. Ik zie op dit moment de thuis zittende afgeleide kunstenmaker niet staan dringen om met een corona-certificaat in te springen in de frontlinie, want de beste man of vrouw krijgt gewoon dat virus niet. Die zit thuis op de wat koelere voorjaarsavonden met de open haard aan en een glas cognac in de hand, zoals afgeleide kunstenmakers dat altijd al deden en geniet van muziek op zijn peperdure muziekinstallatie, vanzelfsprekend uitgevoerd door de beste musici aller tijden.

Maar goed: een aantal instellingen mag weer open, toch?, want de anderhalve meter is best goed te handhaven in musea, bibliotheken en archieven, theaters en muziekzalen. Er komt allen wat minder geld binnen, maar laten wij eerlijk zijn,  ze waren toch al niet overvol op een door de weekse dag,  toch?

Dat getroffen kunnen worden door het virus blijft toch wel een merkwaardig fenomeen. Inmiddels weet ik alles van aerosolen af; iemand die veel weet van chemische wapens wist natuurlijk al dat die het best met besproeiing verdeeld kunnen worden over de vijand,. Ik draag nu mijn mondkapje in de supermarkt, nadat Maurice de zijne heeft laten zien. Zo aandoenlijk. Ik verbeeld mij dat niemand gek kijkt.

Uit onderzoek blijkt verder ook nog dat kinderen hoegenaamd geen rol spelen in de besmetting, dus de scholen mogen weer open, toch? Het Corona- beertje heb ik alvast voor het raam weggehaald. De besmetting is namelijk pas mogelijk op het moment dat de hormoontjes gaan werken, zo lijkt het. Is er een geleerde die iets weet van virussen die gestuurd lijken door hormonen? Of is het eerder het gedrag dat door hormoontjes gestuurd wordt, waardoor het virus zich verspreidt? Maar kinderen zijn toch bepaald ook lijfelijk bezig, met hun knuffeltjes, kusjes, hapjes van elkaars broodje en slokjes uit een gedeelde beker? Misschien dat het ‘circadiaan ritme’ hier van belang is (ik heb even gegoogled): in de ochtend, wanneer de hormoontjes het hardst razen (daarom zingen de vogeltjes s’ochtends ook zo mooi) dan blijken muizen het meest vatbaar te zijn voor virusinfecties. Het typische koorts-uurtje dus. Gelukkig lijkt het verband tussen hormonen en virussen niet geheel onbekend te zijn: je zou anders toch echt denken dat er iets gekunsteld is aan het virus. Een ander neveneffect zou ook een mogelijke aantasting van de hersenen kunnen zijn. Dat vind ik ook niet zo prettig: een griepje doet dat toch niet? Ik moet eerlijk zeggen dat de zware Corona- patiënten die de IC overleefd hebben en nu geïnterviewd worden, minder fris overkomen dan zij zelf denken en hopen, ook de slimsten onder hen.

De komst van een mogelijk vaccin duurt wel heel erg lang. Tegen die tijd zijn al die knappe koppen net zo grijs en verstoft als ik. Als de gebenedijde kunstenaar daar nou eens iets voor zou kunnen betekenen. 

 

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 11: ‘ruzie in ‘t steegje’, tondeuse, de Corona- maaltijd en erehagen

Een klein weekje Corona achter de rug. Het wordt langzaamaan gewoon: elke dag lijkt op de vorige en het zonnige weer vormt een grote tegenstelling met het sombere, onafgebroken sterven in Limburg. Vooral de gemeente Eijsden- Margraten heeft veel doden te betreuren. Het kaartje van het CBS met de overlijdens tot één week terug kan bijna niet dieper blauw. Limburg met het allerhoogste sterftecijfer, naar boven afgerond 2 op 1000. En nog steeds niemand die ik ken zelfs niet via via. Gelukkig maar. Toch kwam er één sterfgeval iets dichterbij, namelijk dat van een pastoor in Noorbeek, René Graat. Ik kende hem niet, heb tijdens mijn onderzoek wel zijn collega’s van Valkenburg en Kohlscheid recentelijk leren kennen en afgaande op zijn portret en beschrijving leek hij mij het prototype van een geweldige dorpspastoor. Net als zijn twee nog levende collega’s, die hopelijk wel de Corona- golf doorstaan en aan wie ik met warmte terugdenk. Misschien dat de vlag halfstok in een naburige straat wel voor deze pastoor was, een Maastrichtse vlag, afgelopen week. Zijn overlijden brengt behalve veel verdriet en een herderloze kudde ook het vraagstuk van de erehagen met zich mee. Mogen er erehagen gevormd worden. Dat was ook de reden waarom ik eens ging zoeken op dit onderwerp en zo de onfortuinlijke pastoor tegenkwam.

Af en toe glijdt er een lijkauto voorbij als ik boodschappen doe en hoor ik kerkklokken luiden op die typische begrafenis- uurtjes op vrijdag en zaterdag. Het is allemaal niet meer dramatisch dan normaal en al helemaal niet zo kitscherig als het luiden van de kerkklokken door het hele land op woensdag. Jongens, hou toch op met dat gebeier: valse romantiek, al denk ik dat elk kritisch geluid in deze het tegendeel zal bewerkstelligen. Ik ben blij dat er vooralsnog geen erehagen gestaan hebben in de buurt waar ik boodschappen moet doen op het moment dat ik ze deed. Ik voel mij er bij voorbaat ongemakkelijk bij en weet inderdaad niet hoe ik die anderhalve meter afstand moet realiseren als ik net wil oversteken, netjes gewacht hebbend tot na de auto, en mij door die haag moet dringen. Maar dat is natuurlijk precies de kern: je hoort niet door een erehaag te gaan, je hoort je te scharen onder de rouwenden en hen en vooral jezelf te steunen. In een dorpsgemeenschap, zoals dat van overleden pastoor kan ik mij dat goed voorstellen. Als buitenstaander krijg je hetzelfde effect als bij een onverwachte ontmoeting met een processie: je keert en gaat ergens anders boodschappen doen, wandelen of anderszins, maar in een nederzetting groter dan een dorp, zoals een provinciehoofdstad vind ik het toch anders. Misschien dat een tussenoplossing mogelijk is: een korte erehaag bij de ingang van het kerkhof of waar de stoet ook begint. Persoonlijk vind ik het apart dat wij wel overal boodschappen kunnen doen, maar niet in de open lucht aan het trottoir zouden mogen staan. Nu zal ik dat laatste nooit doen en het eerste wel. 

Het probleem van de erehagen zal nog wel even blijven liggen, maar een andere gebeuren in het Corona- tijdperk wordt met onverwacht veel elan aangepakt. Dat van de app. Die gaat er komen, maar wat een vreemde toestand. De hoofdgang van de Corona-maaltijd in Nederland is nog niet beëindigd of regerende kornuiten beginnen al aan het toetje. Het voorgerecht, het testen, hadden zij maar gewoonweg overgeslagen omdat er geen tests zouden zijn en omdat er geen richtlijnen gegeven zijn, het hoofdgerecht met de IC- capaciteit hebben de jongens dus nu bijna weggewerkt gelukkig (nog niet verteerd, ‘dat het u wel moge bekomen, heren’), maar de noodzakelijke groenten, de mondkapjes en beschermende kleding hebben ze laten staan, zoals gewoonlijk. Een appje ontwerpen, presenteren, selecteren en financieren: dat is het toetje. Wat leuk: een positieve impuls in deze saaie weken. Wat heerlijk. Misschien moet er even een flinke moeder de vrouw bij de haren erbij gesleept worden, die zegt dat de schatjes pas aan het toetje mogen beginnen, als ze ook de groenten hebben opgegeten en het voorgerecht. Dat krijgen ze pas morgen, opgewarmd en dan overmorgen héél misschien het toetje. Wat een intelligente volgorde in deze lock- down. 

Tijdens deze mooie dagen zitten wij soms voor op de stoep: zoveel mogelijk zonuren benutten en je ziet weer eens wat anders. Zo ook woensdagmiddag met een nevendoel, het wachten op DE TONDEUSE. Geliefde heeft er één besteld en deze zou worden afgeleverd tussen 17.00 en 18.00 uur. Het schijnt noodzakelijk te zijn voor een bepaald type mannenkapsels. Zelf dacht ik dat gel wel een oplossing zou kunnen zijn, maar dat levert weer roos op. Net als het voortdurend handen wassen een ruwheid oplevert, waar je ook niet blij van wordt. Er is dus inmiddels een flinke pot handcrème voor mannen in huis: dat is een unicum. Maar nu dus ook de tondeuse. Ik wacht met angst op het moment dat ik er niet meer onderuit kan om, onder strakke leiding van manlief, met het ding aan de gang te moeten. Ik heb al voorgesteld eerst te oefenen op de poes, die heeft dat geroken en laat zich even niet meer zien. Ik heb uitstel gekregen tot dinsdag, want ik weet zeker dat de kapper nu ook een vitaal beroep geworden is en dat volgende week de kappers weer aan de slag mogen. Trouwens hoe doet onze premier dat en zijn kornuiten? Laten die bij het geheim wekelijks overleg een kapper langs komen? Ik sta met verbazing naar die kuif te kijken. Ik hoop niet dat zij daardoor de vitaliteit van dit beroep onderschatten.

Zou het aan het aangroeiende mannenhaar liggen dat ik de afgelopen week meerdere malen getuige ben geweest van felle woordenwisselingen op straat, midden op de dag? Het begon afgelopen dinsdag met een fietstochtje naar een wat verder weg gelegen supermarkt, toen ik twee handhavers heftig zag discussiëren met iemand die verdacht veel op een obstinate Hollander leek. Een lange man met krullen tegenover twee kleine, gedrongen handhavers, alle drie volledig aangepast aan de anderhalve meter samenleving. (Ik vind het bewapenen van deze mensen géén goed idee) Ook géén idee waar het probleem over ging. Na de boodschapjes, fietste ik nog een rondje door Wyck en stuitte daar op  drie mannen bij een grote bestelbus die een graadje heftiger aan het woorden wisselen waren. De gemoederen liepen hoog op en ik meen zelfs een gebalde vuist gezien te hebben. Ik ben er snel doorheen gefietst. De volgende ochtend bij de trimtoestellen, zeven uur, keek ik geamuseerd toe hoe twee bouwvakkers elkaar de huid vol scholden voor het huis dat zij prachtig opgeknapt hadden. Het is natuurlijk wat te sterk om te stellen dat de spanning in de samenleving onder bepaalde mensen inmiddels hoog oploopt, maar het is toch frappant dat ik in dit gemoedelijke zuiden eigenlijk nog nooit een woordenwisseling ben tegengekomen, behalve één die ik vermoedelijk zelf veroorzaakt heb. Ik heb er nog last van. De uitdrukking ‘ruzie in ‘t steegje’ komt uit het vooroorlogse Utrecht in de omgeving van de Lijnmarkt, waar het er vermoedelijk soms wat steviger aan toe ging. Trouwens vandaag was er bij de kassa in de uitstekende gereguleerde supermarkt een mijnheer die vond dat er te weinig kassa’s open waren en zijn mandje direct leeg kieperde achter een jongmens, dat netjes op zijn beurt had staan wachten. 

Zelf heb ik ook wel een beetje last van iets meer spanning dan normaal. Niet zo erg als twee jaar geleden toen ik wel erg uit mijn slof schoot. Dat was een incident. Maar ik merkte het toen vanochtend tijdens het sjokken een wicht rakelings langs mij heen rende. ‘Kind, afstand houden!’ riep ik uit, en: ‘Hou je corona bij je.’ Dat laatste flapte ik er ongecontroleerd uit en dat is zo helemaal niet ik. Het meisje reageerde gelukkig niet: het was een buitenlandse studente. Gelukkig maar, anders had ik het nog in het Engels moeten vertalen ook.

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 10: ‘Daar loopt een Corona- lijder!’

Laten wij de keuzes waar de verschillende landen voor staan samenvatten in het perspectief van de huidige post- panische  corona-periode:

intelligente lock down gevolgd door een intelligente omgang met het virus

totale lock down gevolgd door een kafkaiaanse app met geen bescherming tegen het virus

Op Nederland is de eerste zin van toepassing, of zou van toepassing kunnen worden wanneer er niet gekozen wordt voor een digitaal volgsysteem van het individu in welke vorm dan ook. Dictaturen kozen en kiezen per definitie de tweede optie en zwaar getroffen landen zullen zich ook eerder aangetrokken voelen tot de tweede keus, omdat er iets goed gemaakt moet worden en zo’n app lijkt heel wat, aangevuld met verplichte mondkapjes en handschoenen en de app kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden.

Heeft Nederland het dan zo goed gedaan? Het lijkt te werken, de intelligente lock down, maar wij weten het niet zeker. Wij kennen namelijk niet de exacte cijfers, omdat er niet getest werd, wordt en zal worden. Het testen zal vooral gebeuren onder mensen in de vitale beroepen als er testen komen, terecht bij het schrijnend gebrek aan testen en zij die aan Corona buiten de IC stierven en sterven, kwamen en komen niet terug in de cijfers. ‘Terzake’, het Belgische Nieuwsuur bracht recent een scherp beeld van deze Hollandse vertekening op de buis. Zo scherp dat de deskundige zich vertwijfeld afvroeg of wij het over een wedstrijdje hadden: België- Nederland. België verloor weer eens.

Laten wij de schijn van intelligentie ophouden en doen wat onze grootmoeders deden na de Spaanse Griep en voor de uitvinding van de penicilline in 1928 (ook nog niet direct beschikbaar voor iedereen overigens, zoals het komende vaccin dat ook niet zal zijn, maar dat toch echt verwacht mag worden). Een periode van tien jaar dus voor hen; voor ons misschien twee hooguit drie jaar. Een periode waarin wij heel hard zorgen niet geïnfecteerd te raken door voortdurend te letten op hygiëne, handen wassen, niet neuspeuteren, niet friemelen een kriebelen aan je gezicht, vingers in je mond steken, niezen en hoesten in je elleboog en je neus snuiten op een verantwoorde manier. Niet uit elkaars bekers en flesjes drinken, van dezelfde borden eten of hetzelfde bestek gebruiken, direct afwassen en afdrogen en zeker geen hapjes delen.  En afstand houden: niet flikflooien of bij elkaar op schoot kruipen of wat dan ook. Op de bestrijding van de hoofdluis zou dit overigens ook wel eens positief effect kunnen hebben. Het vergt waarschijnlijk weer even een vorm van huismoederschap, waar wij afscheid van genomen hebben en terugkeer naar ouderwetse vormen van etiquette (het handen schudden was echt nooit zo gemeengoed als wij denken), maar het is voor ieders bestwil. Als de vaders meewerken dan scheelt dat al weer een heleboel, maar die blijven toch een onzekere factor gezien de waanzinnige stress die zij nu ervaren. Alles verandert: het uit eten gaan en eten afhalen is misschien niet meer zo gemeengoed, want je kunt nooit controleren hoe het er in zo’n keuken aan toe gaat. Dat wordt weer zelf koken. Het halen en brengen van kinderen naar sport en cursussen is ook niet meer vanzelfsprekend tenzij je een vrachtwagen huurt en ga zo maar door. Het lijkt wel een beetje terug naar de jaren vijftig.

Dit betekent dus dat er meer  tijd besteed gaat worden aan huiselijke taken en tijd kost geld. Het moet uit de lengte of uit de breedte komen. Financiële ellende is nooit een goede basis voor een gereguleerd huishouden en het rondpompen van geld aan winst-dervende pseudo ondernemers, die eigenlijk verkapt werkeloos waren, is niet voldoende, want dat zijn niet de part- time werkende moeders die dit moeten gaan organiseren. Die draaien hoogstens mee op afroepbasis.

Het is keihard werken de hygiëne-maatregelen in een huis door te voeren, te handhaven en naar buiten vast te blijven houden. Een voortdurend opletten en bijsturen, praten en overtuigen en wijzen op mogelijke gevaren. Dit betekent dat de huismoeder een vitaal beroep is geworden in de betekenis van de huidige vitale beroepen. Het lijkt mij niet meer dan normaal hiervoor een financiële compensatie te regelen. Een basisinkomen, al is dit woord besmet geraakt en wordt het verward met ‘gratis’ geld. Welke liberale cynicus heeft deze uitdrukking ooit bedacht.

Voor de duidelijkheid: de uitdrukking ‘huismoeder’ is ook van toepassing op de transgenders, homo’s en lesbiennes en huisvaders en zeker ook op mantelzorgers. 

Ik hoop dat wij niet belast worden met een app, waarin ik ongevraagd een melding krijg dat ik in de buurt van een Corona- lijder ben geweest. Je gaat toch uitzoeken wie dat dan is en zo iemand voortaan mijden. Misschien gaan mensen ook wel misselijke grappen uithalen door de app te manipuleren of te saboteren, zodat plotseling een hele straat Corona heeft of een hele school Covid-19. Het lijkt mij zo’n naar idee dat ik mijn telefoontje nooit meer meeneem. Het uitzetten van locatiedelen doe ik al, maar of dat voldoende is voor zo’n app. Het weten dat iemand in jouw omgeving met Corona rondloopt, vind ik helemaal niet interessant: het is vooral lastig voor degene zelf, als hij of zij onverhoopt ziek ter aarde zijgt en geholpen moet worden. Dat doet dus even niemand, daar heb je geen app voor nodig.

Het is toch logisch om in de lijn van het recente verleden de verantwoordelijkheid bij mensen zelf te leggen en bij ziekte thuis te blijven en in quarantaine te gaan. Die gedragsregel hoeft toch niet veranderd te worden om de economie weer op gang te krijgen? Iedereen heeft daar toch begrip voor. Eigenlijk vind ik het zo apart dat na deze intelligente lock down het invoeren van zo’n app zelfs maar voorgesteld wordt: wie is daar in Nederland mee begonnen?

Niet doen hoor. Gewoon goed je handen blijven wassen en uitzieken als het nodig is. Dat deden ze vroeger ook en de mensen een inkomen geven, waar zij gezien hun inzet en toegewijdheid recht op hebben en dat niet op basis van concurrentie verkregen wordt. Waar er één wint, verliest altijd een ander. En met een virus zijn we sneller allemaal eerder verliezers dan winnaars. 

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 9: liever een corona dan een soa

Langzaamaan went de situatie en komt het gewone leven weer op gang. Het verkeer raast over de snelweg Luik- Maastricht, over de N2 en zelfs op de Groene Loper is het druk. De paaltjes zijn voor de derde keer niet op de juiste plaats terecht gekomen en ik ben nieuwsgierig hoe de situatie morgen is. Sleur die verantwoordelijke ambtenaar alsjeblieft achter zijn bureau/ keukentafel vandaan! 

De bouw gaat verder en de bouwvakkers schaften gezellig samen op een muurtje, drinken bijna uit hetzelfde flesje en eten uit hetzelfde broodtrommeltje. Gemoedelijk dragen ze planken, stenen en hekken en bekijken plattegronden en kaarten met de hoofden dicht tegen elkaar. ‘Koppen uit elkaar!’ riep mijn moeder ter voorkoming van een luizenplaag. Ja, die vooroorlogse moeders wisten het wel. Sociale afstand was noodzakelijk om niet met een kale kop rond te moeten lopen, krentenbaarden te hebben of schurft te delen. Huisdieren werden niet eens serieus genomen: de hond buiten in een hok en de kat in de kelder om muizen te jagen. Dat waren nog eens tijden.

IMG_0149

Ook vliegtuigen vliegen over, niet meer zoveel, maar toch; auto’s rijden s’ochtends naar hun werk vanuit het heuvelland, mest wordt gesproeid over het veld en niet geïnjecteerd, zoals verplicht en er wordt geneukt op geheime plekjes in het struweel. Soms kom je op zo’n idyllisch plekje terecht als je van het wandelpad afwijkt. Bezaaid met blauwe, gescheurde Durex condoom-pakjes. Even verderop, bij een bankje, maandverband mini. Mijn moederlijk instinct zou daar een bordje neer willen zetten met de tekst: ‘Neem boterhamzakjes mee en doe daar de restanten in, dat deden wij vroeger.’ Of misschien is dit het residu van een groepsverkrachting op veilige wijze? Wie zal het zeggen: 8 condooms en 1 inlegkruisje mini. Liefde in Coronatijden: liever een corona dan een soa.  

IMG_0151[2981]

Bij het nemen van een hekje met prikkeldraad voel ik mij wat stijfjes oud. Gelukkig heeft het baren van kinderen een vrij beweeglijk bekken opgeleverd, waardoor ik het hekje kan nemen. Partner heeft daar iets meer moeite mee, maar is ook wat ouder. Er zijn momenten dat je de balans opmaakt van het grootste project van je leven: het krijgen en grootbrengen van kinderen. De beweeglijkheid bevalt mij wel.

Nu de werkende Nederlander gewoon doorwerkt, zo lijkt het, begint zorgelijkheid toe te nemen in mijn hersenpan. Ik heb Lubach bekeken en met nieuwe inzichten verrijkt de situatie in Italië beschouwd. Wat is er toch aan de hand in katholieke landen en provincies? Hebben ze zo’n hekel aan democratische overheden, dat ze zoveel nonchalance en laatdunkendheid aan de dag kunnen leggen? Dat de overheid een ‘Leviathan’ is, geldt toch niet meer in deze tijd? Wij zijn een democratie, waarom kan een hiërarchisch gehersenspoelde samenleving zo moeilijk de bocht nemen naar een democratische maatschappij? Zo ingewikkeld is dat toch niet? Ik snap het wel, er spelen méér dingen: de centrum- periferie discussie is er één van, kosmopolitisme tegenover traditionalisme, stad tegenover platteland en ga zo maar even door. Maar ook voor een traditionele samenleving die haar tradities en geloof hoog wil houden, niets mis mee hoor, is ook de democratie een groot goed, een verrijking. De band tussen troon en altaar speelt door: kijk maar de prinsjes Bourbon de Parme. De één organiseert een wedstrijdje met race- autootjes, de ander is een afgezant bij de Heilige Stoel en spreekt op besloten bijeenkomsten tijdens de Heiligdomsvaart. Spint de kerk garen bij deze ontwrichting van de samenleving? Schrijnend was het verhaal van de Zusters van Liefde in Schijndel: vier zusters in één dag verloren en dat terwijl er geen religieuze meer over is. Weet de overheid wel dat de kerk helemaal niet zorgt voor haar religieuzen, hen gewoon aan hun lot overlaat? Buitenstaanders denken dat de kerk één lichaam is, ongedeeld, maar dat is niet zo. En de restauratie van het Bisschoppelijk paleis aan de Utrechtse Maliebaan: waar komt dat geld ineens vandaan in een tijd waarin de kathedraal niet open gehouden zou kunnen worden. Ik lig er niet wakker van hoor: ik zie alleen een uitgevonden, 19e eeuwse traditie die doorwerkt.

De democratie is niet de schuld aan de leegloop van de kerken in traditionele gebieden, maar de interne structuur en verstijfde hiërarchie van het instituut. En dan wel de leuke dingen vieren natuurlijk vol overgave: carnaval, kerstmis, Pasen en Pinksteren. Een democratische kerk passend bij een democratische samenleving: binnen de privésfeer, zonder door de overheid gefinancierd bijzonder onderwijs en zonder confessionele partijen (een weeffoutje in onze democratie). Gewoon een mooi instituut met tradities, die mensen tot elkaar brengt in plaats van buiten sluit. 

De werkende Nederlander is nu niet de ambtenaar. En daar maak ik mij zorgen over: niet zozeer vanwege die paaltjes, want het asfalt op de Groene Loper is al behoorlijk geruïneerd op die plaats, maar vanwege de leningen die wij moeten gaan geven aan landen als Italië (ik ben nog steeds blij dat ik mij verontschuldigd heb bij mijn Italiaanse collega’s voor het optreden van Wobke c.s., maar ik zie nu ook wel een andere zijde), het geld dat nu in failliete ondernemingen gestoken wordt en vooral het circus van de oude maatschappij. Tot 1 april kwamen er bij één ambtenaar nog tien aanmeldingen van zorgverleners binnen die met overheidsgeld de zielige medelander opvangen, vaak eigen familie overigens, per dag. En de intelligent gelockdownde ambtenaar kan niets doen, want er mag niet meer gereisd worden, geïnspecteerd of ondervraagd worden en ter verantwoording geroepen worden. Ik vrees dat de thuiszittende en thuiswerkende overheid nu een groter probleem aan het worden is, dan de corona- infectie. ‘Als de kat van huis is’, zoiets….. En verder hoop ik dat onder het vergiet van de uit te delen vergoedingen en compensaties een grote lekbak staat, zodat er nog wat overblijft voor nà de crisis. Waarom werd al die tijd en dat geld niet besteed aan het verzinnen en optuigen van een nieuw financieel systeem, al was het maar voor een aantal jaar totdat de Covid-19 getemd is, waar ook niet werkend Nederland wat mee opschiet, waar geen grote verschillen zijn tussen al failliet aan het gaan, hangend aan de kapstok en goed draaiend. 

Maar goed, het is ons nu overkomen en wij moeten er mee omgaan. Het gaat beter met de opvang van zieken, maar volgens mij worden er steeds minder opgenomen. Ik hoor nu verhalen van vooral jonge mensen die nu naar adem liggen te happen en geen arts te zien krijgen. . Spreekuren zijn afgelast, bezoeken aan de praktijk niet meer toegestaan uit gevaar voor besmetting. Van wie? De apotheek levert medicijnen via de de automaat, om de mensen in de apotheek te beschermen. Je kunt soms ook teveel medelijden hebben met de zorgverleners, al is het tekort aan beschermingsmateriaal natuurlijk voor een groot deel de oorzaak. Lastig dilemma. 

Eigenlijk zou je verwachten dat in de traditie van de kerk en het platteland de religieuzen hun roeping zouden volgen en massaal zich op het helpen van zieken en hun verzorgers zouden storten, zoals vroeger in de goede, oude tijd. De werken van barmhartigheid zouden uitvoeren en de caritas zouden opschroeven tot ongekende hoogten. Roerend bezit, niet van de minste kwaliteit, te gelde zouden maken om de kosten van deze crisis te dragen voor de hele maatschappij. Ik heb ergens een vergelijking gelezen: een 19e eeuwse monstrans van het atelier Hellner, de Nederlandse Brom, kostte vier keer het jaarinkomen van een mijnwerker…… De depots liggen vol. Nu wil ik niet mijn eigen werkvoorraad geweld aan doen, bij wijze van spreken, maar ‘Leviathan’ en corona zijn twee verschillende grootheden en de laatste is niet de straf van God voor een goddeloze samenleving en de eerste is al lang vertrokken uit ons land.

Ik geloof dat alleen het Leger des Heils de werken van barmhartigheid uitvoert: in organisatie ook niet de meest democratische instelling, maar met minder goud- en zilverwerk in haar bezit. Daar zit denk ik de crux..

april 2020

Liefde in tijden van Corona 8: haar graf

Haar graf

 

Ze had geen familie, vrienden, niemand:

het is een opluchting dat ze er niet meer is,

voor haar dan.

Ik lig daar niet, ik ben niet weg, sta niet

aan mijn corona-graf

 

Ze had geen werk, geen eigen inkomsten, niets:

het is een opluchting dat ze er niet meer is,

voor haar dan.

Ik lig daar niet, ik ben niet weg, sta niet

aan mijn corona- graf

 

Ze had geen huis, geen dak boven haar hoofd, niets:

het is een opluchting dat ze er niet meer is,

voor haar dan.

Ik lig daar niet, ik ben niet weg, sta niet

aan mijn corona- graf

 

Ze had geen tuin, geen bloemperk, niets:

het is een opluchting dat ze er niet meer is,

voor haar dan.

Ik lig daar niet, ik ben niet weg, sta niet

aan mijn corona- graf

april 2020

Liefde in tijden van Corona 7; einde van een bedrijvig netwerk

In mijn directe omgeving zijn nog geen mensen opgenomen met Corona of aan deze ziekte overleden. Een krant lees ik niet, dus de overlijdensadvertentie mis ik en daardoor ook de trieste mededelingen in een verder verwijderd netwerk. Ik ben op dit moment bezit met de analyse van netwerken zoals dat in de digitale humane wetenschappen op dit moment voorkomt. Even dacht ik hiermee een prachtige ondersteunende methode gevonden te hebben om netwerken in kaart te brengen, totdat ik de uitwerking zag en wat daarvoor moet gebeuren. Ik heb een ook paar kritische essays gelezen over deze populaire onderzoeksmethode en kom nu op mijn schreden terug. Ik had mij al bijna voor een cursus opgegeven en heb al een stapel literatuur liggen, grotendeels doorgenomen.

Een belangrijke opmerking die ik onthouden heb is ‘Bronnen zijn geen data’. Kienle schreef dit en ze slaat daarmee de spijker op de kop. Bronnen bieden gegevens die geïnterpreteerd worden. Je kunt nooit gegevens uit bronnen als exacte data gebruiken voor wiskundige modellen en daarmee de maatschappij verbeelden. Voorzichtig werd ik ook, toen ik mijzelf als centrum van een netwerk voorstelde en mijn netwerkcontacten in kaart bracht op de manier waarop ik dat ook voor mijn protagonist zou doen. Ik ben lid van vele clubjes geweest, nog steeds van verenigingen en stichtingen actief lid zelfs, maar is dat lidmaatschap en dat web van relaties dat ik heb een werkelijke afspiegeling van mijn maatschappelijk functioneren? Geenszins. Sterker nog de visuele weergave van mijn netwerk zou zelfs een intens vals beeld van de maatschappelijke werkelijkheid geven. Na een week werk  kan ik dus deze netwerkanalyse loslaten en beslissen dat er misschien wel een mogelijkheid is de gevonden gegevens uit bronnen in een bestaande database onder te bouwen, maar dat dit vooralsnog niet van zulk groot belang is voor de neerslag van mijn onderzoek. De persoonlijke conclusie was ook dat mijn netwerk zo klein is dat daarin nog geen Corona- doden vooralsnog gevallen zijn en ik hoop dat dat zo blijft.

Nieuwsuur bracht donderdagavond een patient heel direct de woonkamer in. Ik heb er niet van kunnen slapen. Dat is wel een vervelende bijwerking van het vervroegen van het  tijdstip van de uitzending van Nieuwsuur. Vroeger begon ik ergens in de loop van de ochtend met een kop koffie aan deze uitzending, maar nu pak ik hem toch nog even voor het slapen gaan mee. Doe ik niet meer. Hoe zou het met taxichauffeur zijn die twee dagen voor zijn pensioen een virus meepakte van een ritje naar het ziekenhuis? Aangrijpend en dat voor alle gemiddeld 150 mensen die nu overlijden elke dag. En nog hoorde ik ergens dat het aantal doden dat van een flinke griepepidemie nog niet overschrijdt…..

Wij hebben in normale tijden helemaal geen idee hoeveel mensen er dagelijks overlijden, misschien maar beter ook. Het relativeren van dit virus mag niet gebeuren, maar het is niet het aantal doden dat zoveel verandering brengt. Het is de economische bedrijvigheid die stil gevallen is en dat heeft een positief neveneffect. Nog niet eerder hebben wij zoveel leuke natuurwaarnemingen gedaan nu. Het lijkt wel of de heilige Franciscus met ons meeloopt: een kleine bonte specht, goudhaantjes, boomklevertjes, eekhoorntjes die zich onbespied en onbedreigd wanen, buizerds die veel dichterbij komen dan normaal, grote bonte spechten, groene spechten, havikken en dassen. Alle beesten lijken veel vrolijker en vrijer en dat terwijl het uur waarop wij wandelen echt niet direct na zonsopgang is. Misschien heb ik dit voorgaande jaren allemaal gemist, omdat ik nu in een andere stand sta of zo. Een meer receptieve stand, maar dat betwijfel ik toch. Het zou een mooi neveneffect zijn wanneer de natuur weer opleeft en tot rust komt na al die humane interacties van de afgelopen jaren. Misschien denken de beesten wel dat er een nieuwe aarde gekomen is met het einde van het antropoceen, van een verwoestend bedrijvig menselijk netwerk.

 

april 2020

Liefde in tijden van Corona 6: Jaap Goudsmit en de onvermijdelijke triage

Dat Nederland eminente geleerden voortbrengt, is bekend, maar het optreden van professor Jaap Goudsmit in ‘Buitenhof’ van afgelopen zondag vond ik  pas echt indrukwekkend. Tijdens het interview hoopte ik heel hard dat ons ‘Twanneke’ het betoog van deze man niet zou onderbreken met intelligente opmerkingen. Soms hoor je iemand spreken bij wie je direct snapt, nu moet ik maar even mijn mond houden. Bij dit gesprek was ook een mijnheer van mijn ‘Bietenbank’ aanwezig, de RABO- bank, die voorafgaand aan de professor wat onduidelijke meningen verkondigd had over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van banken in het algemeen en de RABO in het bijzonder. Ik kan het mis hebben, maar adresseerde Goudsmit zich niet een aantal maal specifiek tot deze mijnheer? Wat zou het geweldig zijn als banken geld kunnen vrijmaken om een begin te maken met een wereldwijde bestrijding van de Corona- crisis door de plannen van Goudsmit te steunen: door een team op te tuigen waarin alle disciplines samenkomen, maar waarin de kennis en vaardigheden van de genetici om ‘big data’ te genereren en te interpreteren voorop staan. 

Op dit moment verdiep ik mij in de ‘digital humanities’ om de ‘network- analysis’ die ik gekozen in mijn onderzoek te kunnen onderbouwen. Mijn digitale vaardigheden schieten toch wel te kort om zelf een programma te ontwerpen, misschien kan ik meedoen met programma’s die al in werking zijn. Het KADOC in Leuven heeft zo’n systeem met ODIS. Helaas ligt alles nu stil en weet ik bijna zeker dat ik niet zal kunnen aanhaken. Dat is misschien ook wel beter: ik werk liever vanuit een zo onafhankelijk mogelijke positie om apologetiek te vermijden. Deze onwetenschappelijke grondhouding is vrij dominant in het Leuvense. 

Terug naar het plan van Goudsmit: wie moet nu zoiets oppakken? Ligt het niet op de weg dat EU hiermee aan de gang te gaan? Waarom horen wij niets meer uit die hoek en luisteren wij niet meer, als er wel wat geluid uitkomt? Elk land gaat nu zijn eigen weg en begraaft zich weer in eigen nationalisme, dat naar patriottisme gaat neigen: Nederland voorop. Er is een EU voorstel waarin een pakket aan noodmaatregelen voor de ergst getroffen landen wordt voorgesteld, waar Nederland (en Duitsland) geen handtekening onder wil zetten. Hoe moet ik dit nu weer uitleggen aan twee collega’s in Italië, die beiden met pensioen, voor hun oude moeders zorgen of zorgden (één van die dames is net voor de Corona- crisis overleden: de betreffende collega heeft haar hele leven mantelzorg verricht voor haar moeder). Eerst hebben ze de beledigingen van Jejoentje moeten slikken, die weliswaar gericht waren tot het mannelijk deel van Zuid- Europa maar toch, daarna kwam Wobke voorbij en nu de recalcitrante Rutte. Misschien wordt het tijd ook naar de EU toe het masker van perfect land te laten vallen, uit te leggen dat wij hier echt wel een paar problemen hebben en misschien geen extra geld kunnen geven aan de zwaarst getroffen landen en niet achter de brede rug van Duitsland te gaan staan. Het toekomstige wassende water is slechts een bijkomend probleem geworden, maar gaat toch ook nog een lieve duit kosten. Ik durf de collega’s niet voor te stellen zelf noodhulp te bieden uit eigen zak op dit moment: misschien als bekend is hoe groot de schade daadwerkelijk is.

Toch is er weer meer rust in mij en ook om mij heen. De valeriaantjes helpen, maar zijn niet meer zo nodig. Iedereen lijkt zijn of haar weg wel gevonden te hebben in het doen van de noodzakelijke boodschappen, een frisse neus scheppen en binnen te blijven. De bouw draait lekker door en de kinderopvang voor onze deur is open voor kinderen van vitale ouders. De paaltjes die vorige week op de Groene Loper neergezet zijn, bleken op de verkeerde plaats te staan en zijn inmiddels verzet naar twee zijpaadjes. Het aansturen vanuit huis blijft een uitdaging. Hierdoor is de komst van de zomertijd wat aan mij voorbij gegaan en dat vind ik jammer. Ik had best een FB- actie willen starten om voor te stellen af te zien van deze wisseling van tijden. Het is volstrekt onnodig en onaardig tegen de natuur, waarvan wij al zo weinig hebben. FB heb ik overigens niet meer: daar moet nog een alternatief voor komen.

Die zomertijd zal misschien nog wel een probleem kunnen worden als onze jonge mensen hun lange zomeravonden binnenshuis, op balkon of in de tuin moeten doorbrengen. Zolang er geen tests zijn die ons gedrag rationeel kunnen reguleren en geen medicijn tegen het virus, wordt een lange zomer zonder inkomsten of bijverdiensten best een opgaaf. Misschien wordt een avondklok wel noodzakelijk. Maar dan alleen als wij volgend jaar afzien van de zomertijd in heel Europa. Gewoon weer terug naar onze winterse beleving van de tijd die méér overeenkomt met het niet- menselijke leven om ons heen. Ook iets voor een EU- commissie?

De grote uitdagingen komen nog: de zorgverleners in alle lagen van de bevolking die in plastic, achter mondkapjes door jakkeren. Ik heb een korte wandeling gemaakt met mondkapje van de GAMMA en latex- handschoenen: mijn bril besloeg direct en mijn handen ging akelig jeuken. Hoe houden deze mensen dit vol? Dit gaat toch een hele generatie zorgverleners letterlijk en figuurlijk de kop kosten? Samen met alle emotionele ballast die zij, vaak in combinatie met de zorg van een gezin, op zich moeten nemen en de komende triage? Ik hoop dat wij ze goed kunnen opvangen als de rust enigszins is weergekeerd en hen niet, zoals echte soldaten na het leveren van een veldslag aan hun lot overlaten, of als de joden na Wereldoorlog II gewoon negeren of de KNIL- soldaten en hun families in de jaren vijftig discrimineren. Of heeft onze Wiebes een sociaal bewogen oplossing om deze verantwoordelijkheid uit de weg te gaan: ‘risico’s van het vak’ of zoiets. 

En dan al die uitgestelde zieken die wij gaan krijgen: wie moet die dan helpen als een hele cohort zorgverleners uitgeteld is geraakt? Natuurlijk is het crisis en moet je naar bevind van zaken handelen en wordt triage in de komende Corona- behandelingen niet te vermijden. Maar eerlijk gezegd ben ik toch wel een beetje boos op al die Corona Carnavalsvierders, die in het Zuiden meer dan drie weken de beademing bezet houden, waardoor niet- vierders, die later besmet geraakt zijn nee verkocht krijgen. Zij liggen daar maar mooi zonder dat er aan triage gedaan is en dan, als ze beter zijn, over een klein jaar, gewoon wéér carnaval vieren, desnoods in een rolstoel met een zuurstoffles.

Ik heb geen hekel aan Carnaval, net als aan wintersport overigens, ook een heftige bron van besmettingen, maar de viering van dit feest wordt elk jaar vervroegd, omdat de toeloop van buitenstaanders zo groot is, dat eigen volk niet meer rustig kan carnavallen. Zelfs een week voor het officiële begin zijn de eerste kinder-stoeten al een feit. Ik begrijp dat ook wel, maar hoe kunnen twee provincies het maatschappelijk aanvaardbaar vinden, dat een dergelijk feest nu al op donderdag begint en op dinsdag pas eindigt en voor kinderen al een week eerder start, terwijl het officieel pas op zondagmiddag na de mis mag beginnen? Daar heb je toch geen Corona- besmetting voor nodig om dat te snappen? Eens moet er toch paal en perk gesteld worden  aan deze ‘invented tradition’ uit de 19e eeuw?

Tot dat moment doe ik lekker mee met alle nationale en internationale initiatieven om het leed te verzachten: ik stuur de appjes rond met het kaarsje (ik weet niet of dat helemaal goed gegaan is, ik had mijn verkeerde bril op), ik zet een beertje voor mijn raam en hang misschien wel op koningsdag, na meer dan twintig jaar de Nederlandse vlag uit. Gewoon omdat Nederland heel goed bezig is nu, en het misschien nog wel beter kan doen en het ook moet volhouden. En als het plan van Goudsmit doorgaat, wil ik best als archivaris en geschiedschrijver dit helpen ondersteunen op vrijwillige basis door informatie te verzamelen, te selecteren en vast te leggen voor het nageslacht. Ook een soort triage, maar dan niet op leven en dood. 

 

 

 

 

maart 2020

Liefde in tijden van Corona 5: het Corona- archief medische ethiek en onder rapporteren

Als archivaris in ruste hoop ik dat mijn vroegere collega’s zich bekommeren over de digitale en papieren neerslag van de Corona- crisis. Ik weet, als archivaris hoef je je alleen maar zorgen te maken over informatie, die minstens twintig jaar oud is in de wetenschap dat de overheid haar archiefzorg op orde heeft, waar je zelf op moet toezien, maar in tijden van crisis kan het geen kwaad om je taken wat uit te breiden. Zeker als veel van de informatie geproduceerd wordt door archiefvormers die niet direct onder de archiefwet vallen, maar als ‘particulieren’ bekend zijn. Het verdient zonder meer altijd aanbeveling de eigen tijd mee te nemen in de archiefzorg van de toekomst, want het is nog maar de vraag of de digitale overheid wel zo’n goede digitale archiefzorg kent. Uit welingelichte kringen komt soms een geluid naar boven, over een externe partij die onderzoek moet doen naar een ongewenste situatie en een beleidsstuk van nog geen drie jaar geleden nergens meer kan terugvinden. Betreffende bron viste het stuk, in digitale zin, uit zijn postvakje, zijnde een ambtenaar die niets weggooit en niet archiveert. Het klinkt tegengesteld, maar juist dat laatste is een gevaarlijke onderneming. Als je echt wilt dat een digitaal stuk verloren gaat, dan moet je het vooral in een vroeg stadium archiveren.

Maar daar gaat het niet over: ik wil alleen maar de wens uitspreken dat archivarissen nu zoveel mogelijk informatie verzamelen over deze crisis, zodat wij daar toekomstige onderzoekers gelukkig mee kunnen maken en minder in de verre toekomst werkende deskundigen een handje kunnen helpen om bij een herhaling andere stappen te nemen. Mijn advies is: print alles uit, stop de prints in gewone, ouderwetse stofmapjes op chronologische volgorde. Heb je geen mapjes, portefeuilles of klembanden meer, pak dan een breinaald steek die door een gaatje in een plankje en pin alle papieren vast, beginnend met het oudste stuk en trek er, als de breinaald vol is, een dikke stopnaald doorheen met een lang touw eindigend in een knoop. Je hebt dan een echte ‘Corona- lias’, die zonder conserveringsproblemen  bewaard kan worden voor de eeuwigheid. 

De noodzaak tot archiveren is echt belangrijk, alleen al het feit dat wij nu allemaal zeker weten dat het RIVM onder rapporteert. Die term ga ik erin houden en ik denk dat ons ambtenarenvolkje geniet van deze geniale uitdrukking. ‘Is dit echt de voortgang van dit project? Nou nee, ik onder rapporteer slechts. O, dan is het goed.’ Je kunt dat op allerlei mogelijke situaties toepassen: van begrotingsbesprekingen tot functioneringsgesprekken.

Ik vind het naar voor de mensen van het RIVM: ze moeten het zonder testmateriaal doen, terwijl toch duidelijk al heel vroeg in de uitbraak geroepen werd dat alleen testen, testen en nog eens testen een uitbraak in de hand kan houden. Ik zou nu wel het onder gerapporteerde percentage in absolute cijfers willen weten: hebben wij op elke drie Corona- doden nu één niet geteste dode, of vier? Misschien dat iedereen in deze tijd gewoon een Corona- dode is: sterf je nu aan hartfalen, dan ben je indirect een Corona- dode, want of je zwakke hart kon de spanning niet aan, of de IC zat even verstopt. Dit geldt mutatis mutandis voor elke dood, die je nu kunt overkomen. Het is overigens wel interessant dat de wachtkamers van de huisartsen en de spoedeisende hulp leeg blijven: we gaan onszelf nu liever niet blootgeven met welke kwaal dan ook, om niet straks bij de poort van de ic, uitgeput van de ademnood, een rood kaartje mee te krijgen waarmee je linea recta door kunt naar het mortuarium. Dus elke onderliggende ziekte gaan wij onderdrukken. Dat betekent ook dat wij onze functie in de maatschappij in gelijke mate wat gaan opwaarderen, mocht de Corona toeslaan, met het plotseling uitoefenen van mantelzorg, opvoeden van kinderen, ten toon spreiden van naastenliefde of een baan als archivaris hebben. Voor de toekomst het meest vitale beroep, maar aangezien dat die beroepsgroep niet zo snel Corona zal krijgen, vind ik zorgverleners en artsen een goede tweede. Ik kan op géén van alle predicaten bogen en krijg mijn rode kaartje per post thuisgestuurd. Er wordt zelfs geen telefoontje meer gepleegd.

Als de keuze aan mij voorgelegd zou worden of ik naar de IC wil of ik dat ik vrijwillig mijn plaats afsta, dan wil ik dat laatste zeker doen ten faveure van een veertig- minner. Ik vind dat de generatie van 40 en ouder te veel op onze baby- boomers lijkt, een soort kloontjes. Vanwege deze opvatting heb ik  mijzelf ook niet laten registreren in het donor- register; ik wil niet dat mijn organen liefdeloos geoogst worden en uitgezet worden onder mensen die aan de toekomst van de aarde geen bijdrage leveren. Als het zover is en ik kan overleggen, dan valt er misschien nog wat te regelen, maar dan alleen ten gunst van jonge mensen.

S’nachts lig ik nu wel eens te denken aan het scenario dat één van ons beiden amechtig in een stoel komt te hangen met hoge koorts. Bel ik dan mijn huisarts, of regel als de wiedeweerga een huurautootje, leg een zeil op de achterbank en rijd naar Aken. In gedachten word ik dan bij de grens aangehouden en vertel ik mijn beste Duits, dat mijn op dit moment helaas wat obese man heel belangrijk is voor mij en de kinderen en dat, hoewel hij al 63 is en nooit ziek is geweest, nog een heel veel kan betekenen en zelfs een vitaal beroep uitoefent bij een op dit moment zeer belangrijk ministerie. Ik weet dat op momenten van stress gecombineerd met optimale concentratie ik zo goed Duits spreek, dat er geen woord Frans bij is.

Dat heeft mij overigens één keer bijna onderuit gehaald, toen in 2000, tijdens een vakantie in het ‘Erzgebirge’ vader en kleuterdochtertje wel heel erg lang wegbleven van een autotochtje, terwijl de betreffende streek onveilig gemaakt werd door een bende uit Oost- Europa die het op auto’s met niet- Duitse nummerborden voorzien had. De koddebeier die ik aan de lijn kreeg schrok van het verhaal, noteerde direct de gegevens, maar vroeg aan het eind van het gesprek wel of ik echt Nederlands was. Ik had de telefoon van de verhuurders van het huisje mogen gebruiken, gaf de agent het betreffende nummer en kreeg een half uur later een vergulde verhuurder aan de deur, die vertelde dat de rode vw- polo met de Nederlandse nummerplaat gesignaleerd was in een lange file, die was ontstaan door een protestmars van ‘Autonomen’ die in die tijd de betreffende streek ook onveilig maakten. Ik had het betreffende uitje gemist omdat ik zwanger van de tweede met een soort griep op bed lag. 

Terug naar de grens, waar ik dan met zieke man aangehouden word en na mijn verhaal gedaan te hebben, waarin natuurlijk de wreedheid van het Nederlandse systeem, verkocht onder noemer van medische ethiek, nadrukkelijk de nadruk krijgt, geholpen word. Er komt direct een ambulance die linea recta naar het ziekenhuis rijdt en manlief is gered. Als partner word ik direct getest en blijk het virus al gehad te hebben. Wat ik ook al dacht. Komt dat even goed uit. Hoef ik ook geen scenario te bedenken voor het geval dat de rollen omgedraaid zouden zijn.

maart 2020

Liefde in tijden van Corona 4; een Corona- museum voor thuiszitters en strengere maatregelen voor bouwvakkend Nederland

De grenzen met België worden rondom Maastricht streng bewaakt en de aloude aversies steken weer de kop op. Veel te langzaam reageerden die Hollanders op de crisis en je kunt maar beter snel en duidelijk de boodschap van een totale lock down overbrengen én handhaven, zo menen veel Belgen. Van het begin af aan vond ik deze aanpak ook wel de beste, maar ik moet het doen met wat ik krijg en ik ben dankbaar voor alles wat kan. Toch vraag ik mij wel af hoe ik mij zal voelen als na het weekeind de totale lock down toch wordt afgekondigd of dat er nog een regeltje extra bijkomt: ik kan dan een gevoel van gemanipuleerd worden door een wrede en sadistische overheid toch niet helemaal voorkomen denk ik. Gelukkig heeft mijn favoriete drogisterij de valium weer aangevuld. 

Nu wij allemaal aan huis gebonden zijn, zullen de kunsten weer bloeien en ik had met geliefde al het plan bedacht om ooit een ‘Corona- museum’ op te richten: een plaats te bieden aan alle prachtige, mooie dingen die de komende weken gemaakt worden door mensen die niet wisten dat zij überhaupt aanleg hadden voor het maken van mooie dingen en door mensen die dat wel wisten, maar nooit de tijd en de gelegenheid gekregen hebben te scheppen wat zij in hun hoofd zien. De poëzie kan wat mij betreft buiten dit museum blijven, want de ondergrens van wat daarin acceptabel is, wordt bijna door niemand bereikt (al helemaal niet door ondergetekende). De versjes en zinnetjes die je nu overal op gebouwen en toegangspoorten leest, zijn weliswaar aardig maar toch ook weer niet zó, dat je denkt hier hadden openbare middelen vrijgemaakt voor moeten worden. Een gevleugelde uitdrukking van thuis bij elke openbare uiting van individuele scheppingskracht: ‘Alleen gekken en dwazen schrijven hun naam op deuren en glazen.’ Ik heb laatst toevallig een paar gedichten van Hugo Claus weer eens gelezen…… Maar een Corona- museum lijkt mij toch wel aardig: misschien kan er al een online- platform georganiseerd worden en zijn er werkeloze curatoren die hiermee aan de slag willen gaan.

Wat betreft de kunsten, geniet ik zelf nu volop van concertzenders en gisteren kwam een prachtige uitvoering van de Tweede van Mahler voorbij uit 2003 onder leiding van Claudio Abbado opgevoerd in Luzern. Nu vind ik de Tweede altijd wel mooi, maar dit keer was ik helemaal ondersteboven van de uitvoering. Ik ken natuurlijk de Nederlandse uitvoeringen, maar die zijn in vergelijking hier mee gezwollen en zwelgend. Elk instrument dat een solo had, kwam helder en duidelijk boven het orkest uit en ging niet ten onder in het muzikale geweld dat je meestal hoort. Het tempo was ook rustiger, intenser. Toen ik hierna zat te luisteren kwam die idioot van een Halve Zijlstra mij weer voor de geest. Weinig mensen weten bij mij echt haatgevoelens op te wekken, maar deze bewindspersoon behoort daar toch wel toe. De cultuurbeul uit Rutte I werkt nu bij een groot bouwbedrijf, zo zag ik. Gezien aard en aanleg bij de sloopwerkzaamheden vermoed ik. Zou hij in deze Corona- tijden kunnen genieten van muziek van mensen die keihard gewerkt hebben om hierin een hoog niveau te bereiken? Ook hier geldt natuurlijk, dat niet iedereen gefaciliteerd hoeft te worden in het maken en opvoeren van muziek, net als in alle andere kunsten, maar als je beseft dat dit het enige is wat wij nu in onze vrije tijd kunnen doen, dan had er wel wat meer respect kunnen zijn.

Maar goed, terug naar de totale lock down. Gisteren zag ik om zeven uur s’ochtends de vrachtwagens met bouwmaterialen over N? nog wat rijden, een busje met bouwvakkers stoppen voor een pand in opbouw en tijdens het boodschappen doen een paar met bouwhelmen beklede mannen samen gezellig schaften. Tijdens de wandeling aan het eind van de middag stonden twee verkeersregelaars gezellig met elkaar te kletsen, want er was geen verkeer. Werd achter hen een verkeersdrempel vernieuwd door drie mannen die samen stenen moesten tillen en op de Groene Loper werden paaltjes geplaatst tegen het bromfietsverkeer op het officiële wandel- en fietspad. Zo’n paaltje zet je ook niet alleen in de grond. 

Ik wil solidair zijn met heel zichzelf opsluitend Nederland en blijf dat ook, al was het alleen maar voor mijn eigen veiligheid, die van mijn naasten en uit respect voor al die mensen die in de ziekenhuizen werken, maar dat zelfs in een crisisgebied als Limburg nog steeds mensen dit aan hun laars lappen kan niet en daar zelfs van gemeentewege opdracht toe krijgen, gaat toch ver. Wie had het ook maar weer over die ketting en de zwakste schakel? 

 

maart 2020

Liefde in tijden van Corona 3: een vriendelijk virus eigenlijk, maar wordt de valeriaan nog aangevuld?

Mijn oma vertelde niet zoveel over haar jeugd; ze hield niet van sentimentaliteit. Heel af en toe refereerde zij aan de jaren van de Spaanse Griep, toen zij een puber was. Tegenwoordig een jong volwassene. In haar ouderlijk gezin met een paar dochters en een jonger broertje, kwam de klap van het overlijden van het jongetje heel hard aan. Zelf heb ik in mijn onderzoek naar kunstenaars en aanverwante personen uit deze periode al gemerkt dat het jaartal 1915 opvallend veel sterfgevallen kent. Inmiddels weet ik uit de recente verhandelingen over dit griepvirus, dat de grote uitbraak van 1918 voorafgegaan werd door een lichtere variant in 1915, die niettemin veel slachtoffers eiste.

Het huidige virus maait nauwelijks kinderen en jonge mensen neer en dat is toch wel een geruststelling voor iedere ouder en alle oudere rentmeesters van deze aarde. Alleen ouderen worden het slachtoffer en hoewel ik niet om slachtofferschap vraag, al word ik daar wel voortdurend van verdacht, vind ik dat een aanvaardbare tol in het licht van de toekomst van de aarde en haar bewoners. Wij willen allemaal in goede gezondheid honderd worden, maar met de laatste jaren  van mijn moeder en mijn oma in gedachten hoeven wij daar niet allemaal naar te streven. Het is té cynisch om daarom niets te doen tegen het virus, dat kinderen en jonge mensen spaart, dat zeker, maar enige berusting is wel op zijn plaats. Aanvaarding en rouw volgen, als het onvermijdelijke toch komt. De jongeren wanen zich onsterfelijk en lappen de regels aan hun laars, maar de ouderen willen onsterfelijkheid, hebben daar alles voor over en maken de regels. De natuur laat zich niet reguleren en blijkbaar wil moeder Aarde het beste voor haar kinderen.

Om toch deze tijd een beetje door te komen als iemand in het minst vitale beroep van de wereld, wetenschappelijk onderzoeker en schrijver op het gebied van kerkelijke kunst, heb ik al een week lang mis gegrepen naar de potjes met Valdispert- valeriaan. Al meer dan een week zijn de schappen van dit product leeg: althans die enkele keer dat ik er naar op zoek ben, want wij hebben hier nog een potje en de Passiflora van Dr. Vogel, met magnesium als alternatief. De laatste werkt anders, minder prettig en slikt ook wat akelig weg: grote, groene pillen. Uit het feit dat de schappen leeg zijn, blijkt dat wij niet de enigen zijn die af en toe een middeltje nemen om ons te concentreren. Het uitzetten van de tv en het niet opzoeken van websites met Corona- nieuws helpt ook goed. Dat de ‘r- factor’ van Jaap van Dissel daalt, is ook een bemoedigend gegeven. Blijkbaar was dat het intelligente accentje van het huidige beleid: dat had ik even gemist.

Behalve de rustgevende middeltjes zijn er ook nergens meer betaalbare webcams te krijgen. Ik heb er hard na gezocht om mee te kunnen doen met de digitale overlegvormen. Ik had een aantal jaar geleden daar al ervaring mee opgedaan bij de OU, maar door vervanging van het materieel moest ik alles weer opnieuw opstarten. Mijn pc heeft geen camera en ik werk liever vanachter mijn pc. De eerste samenkomst een week geleden verliep niet zo goed: ik was niet zichtbaar en niet hoorbaar. Gelukkig lukte het gisteren met stalen zenuwen (en een pilletje) om wel de juiste knoppen te vinden op mijn laptop en helemaal aanwezig te zijn. Een hele overwinning. Geliefde had een dergelijke oefening al een dag eerder gehad en net als ik een week eerder zijn heil gezocht bij de mobiele telefoon om op zijn minst hoorbaar te zijn. Er zijn zoveel alternatieven om te communiceren: wij leven wat dat betreft in een geweldige wereld en wat goed dat jongere mensen zoveel meer oog hebben voor de noodzaak van dit soort manieren van communiceren en dat gewoon organiseren. Ik zag op de site van het betreffende instituut zelfs gedragsregels over hoe je zo’n virtuele bijeenkomst en je eigen inbreng zou goed mogelijk kunt optimaliseren. Een zin heb ik onthouden, namelijk dat het meer persoonlijk leiderschap vergt, dan een fysieke bijeenkomst. 

Wij kunnen de wereld misschien wel wat meer aan onze jongeren overlaten eigenlijk en onze drang naar onsterfelijkheid wat meer intomen. Maar tot het onvermijdelijke komt, zou ik toch graag een goede (en niet te dure) webcam willen en een paar potjes valeriaan. 

maart 2020

Liefde in tijden van Corona 2: ‘3, 2, 1 en ……..mispoes’

Maandagavond kregen wij te horen dat de regering kiest voor een ‘intelligente’ lock down. Geen volledige lock down zoals in de ons omringende landen, geen uitbreiding van de testmogelijkheden (Wordt daar überhaupt wel over nagedacht? Ik denk het wel natuurlijk, want de hele wereld heeft nu dit probleem van het tekort aan ‘testkits’. In plaats daarvan zijn vele technische nerds aan het werk gezet voor het ontwikkelen van beademingsapparatuur. Mijn vader hoorde ik van de andere kant van het graf zeggen bij de oproep beschermende materialen in te leveren in combinatie met het tekort aan beademingsapparatuur: ‘Laten wij gelijk maar onze fietspompen inleveren!’), geen desinfecterende maatregelen op grote schaal (wij weten nu toch dat het virus bijzonder lang op allerlei materialen kan overleven, dus waar blijven die mensen in pakken met pompen en spuiten (ik wil best helpen en velen met mij)), de mondmaskertjes (je kunt er lacherig over blijven doen, maar die anderhalve meter wordt bijna nooit gehaald en met zo’n maskertje op, word je eraan herinnerd dat het menens is.) en de handschoentjes van latex (ook de wenkbrauwen opgetrokken bij die mijnheer van Prorail die vorige week een hele dag met alle collega’s had vergaderd over hoe de NS medewerkers maximaal te beschermen? Mijn moeder zou vanaf gene zijde gezegd hebben: ‘Waarom trekken ze niet van die blauwe handschoentjes zoals de thuiszorgmedewerkers dat doen?’) Ik heb een doosje liggen en trek ze aan als ik ga winkelen en heb na een aantal keer diep respect voor de zorgverleners: wat akelig en plakkerig zitten die dingen. Maar die ik heb, komen van de bouwmarkt, daarom heb ik ze niet ingeleverd want ze voldoen vast niet aan de eisen, net als de mondkapjes, die zijn van de Gamma. Ik ga ze nu wel dragen, denk ik. 

Het Nederlandse volk en een intelligente lock down, dat klinkt bijna als een contradictio in terminis en dat is het ook als je de laatste uitzending van ‘Lubach’ gezien hebt, de verschillende actualiteitenrubrieken en nieuwsuitzendingen volgt, ‘Koffietijd’ uitzendingen terzijde bekijkt en de vragen hoort na afloop van een gemiddelde persconferentie. Maar dat is niet het belangrijkste: onzekerheid en de noodzaak tot profileren is nu eenmaal een mix die niet echt helpt om intelligent over te komen. Het lijkt wel of de mensen die nu moeten beslissen geen gezichtsverlies willen lijden, denken dat ze dat wel doen als ze wijze beslissingen nemen. Ik zou werkelijk geen Rutte, Grapperhaus of wie dan ook, ooit aanspreken op het werk dat ze nu moeten doen en nog moeten gaan doen. Ik denk dat niemand dat doet, tenzij je een morbide en cynische kijk op onze democratie hebt of een groter huis en een duurdere auto ambieert. Natuurlijk weet ik wel dat de geschiedenis hard zal oordelen, maar dat is inherent aan de positie waarvoor je zelf kiest. In de zin die onze sociaal bewogen Wiebes bedoelde met de keuze voor het ZZP’er schap. 

Het intelligente van deze lock down zit waarschijnlijk in de vondst om via noodverordeningen in de gemeenten zelf de regels aangescherpt te krijgen door de persoon van de burgemeester. Maar dat wordt nog een hele klus voor al die ordehandhavers die zich nu op de openbare weg moeten gaan begeven. Ik hoop dat ze zich goed beschermen, maar de eerste beelden gaven mij niet die indruk Na de afkondiging van de verdergaande maatregelen, zag ik een paar berichtjes voorbij komen van jonge mensen die niet naar school kunnen, of je een boete van 400 euro krijgt wanneer je met drie op straat komt? Of is dat pas bij vier? Iemand antwoordde, dat twee toegestaan is, tenzij je familie bent, dan mag je met meer. Waarop natuurlijk de reactie kwam, ‘Wij zijn toch allemaal familie’, het filmpje indachtig van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ik vind het daarom zo oneerlijk om de schuld van de verdergaande maatregelen bij de mensen zelf te leggen.

Trouwens die burgemeesters zijn ook een slag apart: in zo’n koffietijd programma zag ik er een voorbij komen, die alle thuiszittende kinderen wil gaan voorlezen om de ouders te ontlasten. Het loopt storm. Dat is dan weer wel aardig, maar ik vraag mij af of hij eind mei nog aan het voorlezen is. Ik vond het vroeger leuk, maar ook wel inspannend en ik ben bang dat er af en toe een sessie weinig inspirerend is geweest. Jammer, ik zou het graag over willen doen. Wat kan een mens toch verkeerde keuzes maken.

Behalve ‘Zondag met Lubach’, raad ik ook iedereen aan naar Al Jazeera te kijken, zeker wanneer je genoeg hebt van die ‘gezellige’ Nederlandse uitzendingen en de hysterische CNN en Euronews varianten. Ik kijk al vele jaren naar deze zender en ben iedere keer onder de indruk van de professionaliteit, de helderheid en het overzicht in mondiaal perspectief dat zij biedt. Op Ziggo 506. Nu is hier de gevleugelde uitdrukking als het moment daar is om weer nieuws op te zuigen: ‘Al Jazeera doen? Ja doe maar.’ Ik weet het in Qatar gevestigde netwerk (‘eiland is de vertaling van Al Jazeera’) wordt niet vertrouwd en het zou allerlei Moslim- overtuigingen die niet gezond zijn voor ons de wereld insturen, maar ik vind dat wel meevallen, als je dat gewoon in je achterhoofd houdt. De informatie die dit kanaal biedt, overtreft alle anderen. 

Vanochtend volgde ik een relevant item over biologische wapens en hoorde dat in 2012 een Nederlandse viroloog, samen met andere wetenschappers, een baanbrekende ontdekking gedaan had. Hij had een nieuw type Vogelgriep- virus gemaakt, dat zo agressief was dat ze er zelf van schrokken: het was niet te bestrijden. Ik schrok ook toen ik het hoorde. Natuurlijk heb ik mij twee weken geleden al gelaafd aan de complot-theorieën die de ronde deden. Zeker toen bekend werd dat in Wuhan en in Lombardije fabrieken staan waar biologische wapens (?), sorry medicijnen tegen virussen, kunnen ook wapens worden lijkt mij, gemaakt worden, dat Dean Koontz het virus als in de jaren tachtig aangekondigd had en dat de verspreiding vanuit Italië wel heel verdacht snel ging en de hulptroepen uit China wel heel vlot landden op Italiaanse vliegvelden, samen met de Russen en de Cubanen. Zie hier, een cocktailtje ‘Koude Oorlog’ en de heksenvervolging die dit oplevert. Mij lijkt het volstrekt onbelangrijk of dit virus opzettelijk gemanipuleerd is (Al Jazeera beweert dit geenszins hoor, ik hield mijn oren gespitst), wij hebben er nu mee te maken. Misschien dat die mijnheer van het Vogelpest- virus nog eens wil nadenken of hij iets kan verzinnen tegen Covid- 19? 

Stemmen hoor ik, die zeggen ‘Als alles weer normaal is, dan…..’, maar het ijskoude besef grijpt mij nu, dat dit niet meer zal gebeuren en een berustend gevoel dat het misschien maar goed is ook, volgt daar direct op. Gemanipuleerd virus of niet, het had toch zo niet verder kunnen gaan. Wij kunnen toch niet meer terug, om onze weg op dezelfde voet te vervolgen. Gewoon verder gaan, waar wij gebleven waren? 

Na de conferentie ,viel ik in DWDD, waarvan ik nog nooit één hele uitzending uitgezeten heb. Ik verbaas mij voortdurend over het feit dat een ADHD- presentator zoveel invloed kan krijgen, terwijl een vergelijkbaar vrouwelijk type direct van de buis gehaald wordt als zijnde hysterisch. Ik heb een uitzending iets langer uitgezeten, waarin Joost Zwagerman figureerde en ik dacht eigenlijk dat je toch wel heel veel moet inleveren als schrijver om succes te willen hebben. Maar dat doet er hier niet toe: Geert Mak en Jejoentje Dijsselbloem mochten wat zeggen. De een luidt in een Fries dorpje de kerkklok en is blij met de waardige democratie waarin hij leeft (ik wacht nog op een kritisch programma over Nederland in zijn serie) en de ander had een boek gelezen van een Portugese schrijver, dat indruk op hem gemaakt had. Jejoentjes vrouw had waarschijnlijk gezegd: ‘Lieverd, laat die boeken over econometrie nou eens liggen en lees eens een echte roman.’ Gelukkig dat het programma stopt, maar wat komt er in de plaats? Misschien een Nederlandse variant van Al Jazeera? Met als logo twee klopjes aan een sleutelhanger.

 

 

maart 2020

Liefde in tijden van Corona, 1. ‘Ten seconds to final lock down’

Zaal Haus Langeberg te Goch met 'zwart geblakerde paus'

Zaal Haus Langeberg te Goch met ‘zwart geblakerde paus’

Eindelijk zal de regering, lees Rutte overstag gaan. Althans dat hoop ik. Vorige week werd de roep uit vele hoeken van de samenleving om over te gaan tot een volledige lock down luid gehoord, aangevuld met dwingende appèls vanuit het buitenland, die ondersteund werden door een bijna belachelijk maken van de keuze van Nederland. Zelf vind ik dat laatste niet zo heel beschamend, een beetje humor moet kunnen, maar in deze context valt er evenwel niet veel te lachen. In mondiaal opzicht hebben wij ons al belachelijk gemaakt met Sbrenica, laten wij het nu eens een keer in tijden van een mondiale epidemie niet doen. Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom het zo lang moest duren voordat Nederland in de pas ging lopen met andere landen. De zwakke plekken waren bijna direct al zichtbaar: te weinig ic- plekken, te weinig beschermingsmateriaal, te weinig testpakketten, te weinig, maar wel overbelast zorgpersoneel, ondergewaardeerd schoonmaakpersoneel en artsen die aanvankelijk misschien hun kop in het zand gestoken hebben, omdat ze weten hoe het verdienmodel van een ziekenhuis eruit ziet. Daar zit niet veel rek in.

Langenberg was een begaafder kunstenaar dan Friedrich Wilhelm Mengelberg

Langenberg was een begaafder kunstenaar dan Friedrich Wilhelm Mengelberg

Het blijft dramatisch om te zien hoe hard verplegenden en artsen moeten werken op dit moment en wat een geluk dat in Italië een voorzichtige neergang is te zien en dat Hubei een aantal dagen lang geen Corona- patiënten heeft….. ja wat eigenlijk? gezien, getest of opgenomen? Maakt niet zoveel uit, blijkbaar kan het virus uitwoeden onder het juiste regime en fijn dat wij dat regime gaan volgen. Ik loop op de zaken vooruit, want pas om 18. 30 uur wordt het nieuws kond gedaan. Misschien dat ik er naast zit. Zou er misschien ook eindelijk toegegeven worden, dat er inschattingsfouten gemaakt zijn en dat onze samenleving misschien helemaal niet zo gezond is, als regerende politici iedereen, vooral zichzelf, wijsmaken? 

Dit weekeind heb ik de sites van het RIVM, het beruchte kaartje, en van de Veiligheidsregio Zuid- Limburg bekeken, alvorens wij besloten naar buiten te gaan voor een wandeling. Het kaartje van het RIVM geeft sinds een week relatieve aantallen weer en Maastricht was nog oranje. Er was echter ook een kaartje op de site van de veiligheidsregio waarop ook de aantallen in procenten aangeduid werden, maar daar was Maastricht donkerrood gekleurd. Ik snap wel hoe het zit statistisch hoor, maar voor mij als inwoner van Maastricht met de behoefte om een frisse neus te halen is het belangrijker om de absolute getallen te weten. De conclusie dat ik dan 1,5 meter afstand moet houden, alleen of slechts met partner of misschien zelfs helemaal niet op pad hoef te gaan, kan ik gelukkig zelfstandig trekken. Ik heb net of even gekeken of hetgeen ik hier neerschrijf wel echt zo is, maar ik kan geen kaartje meer van de veiligheidsregio Zuid- Limburg vinden. 

 

Nu weet ik niet of mensen die gisteren massaal de Zuid- Limburgse heuvels introkken van dit kaartje geweten hebben. Ik wist het wel en ben ook gaan wandelen, daar niet van: met die wandelaars is het nog wel te organiseren. Dat valt mee, maar het peloton fietsers dat gewoon overal doorheen peddelt, is echter bezwaarlijk. Heel bezwaarlijk: er zijn er geen twee die anderhalve meter afstand houden. Dat kan ook niet, anders rijd je niet in een peloton natuurlijk. En Limburg is een provincie van wielerkoersen, net als Noord- Brabant, van Carnaval en uitgebreide koffievisites en nog uitgebreidere verjaardagsvisites. Het zijn gezellige provincies waar het rijke Roomse leven nog steeds doorklinkt in bourgondisch genieten en katholieke burgerlijke ongehoorzaamheid. Op zondagochtend na de mis lekker gebak eten.

In deze gebieden waarde het virus vermoedelijk al veel langer en misschien nog wel wat eerder  dan in Noord- Italië en Rijnland- Westfalen, beiden net zulke Roomse gebieden. En misschien hebben geliefde en ik ongewild nog wel bijgedragen aan de verspreiding van het virus door twee weekenden achter elkaar, 12 en 19 januari uitgebreid in de contreien rondom Goch, Kempen, Kevelaar en Heinsberg op excursie te gaan. Meer onderzoek naar de leerling van Mengelberg, Ferdinand Langenberg en de edelsmid Franz Xavier Hellner, met wie Mengelberg samen werkte. Twee prachtige excursies met driemaal een uitbundige koffie met gebak en eenmaal een lunch in lokale etablissementen. Zelf heb ik de Corona al achter de kiezen. Iedereen denkt nu natuurlijk: dat moet je net horen van die hypochondrische, hysterische hoelahoep, maar toch is het zo. Ik wist alleen niet dat het Corona was. Ik zal niet op de details niet ingaan, anders wordt het teveel een ‘in de wachtkamer van de huisarts verhaal’. Gelukkig ben ik geheel genezen en al met al maar een weekje beroerd geweest, waarvan één nacht wat heftiger (ik dacht het een soort beroerte was met de aankondiging van een hartaanval), maar wel ruim vóór het dramatische briefje gericht aan de minister. Geliefde heeft de ziekte ook achter de rug, al is hij daar zelf nog niet helemaal zeker van. Wij zijn geen virologen en epidemologen en gaan ook niet op die stoelen zitten. Het is al erg genoeg dat ‘s lands geleerden op dit vakgebied niet op één lijn zitten, zonder dat half Nederland plotseling kennis van zaken heeft. Maar het is, zoals het was.

Gelukkig is de situatie in de plaatselijke supermarkten weer wat genormaliseerd: voorraden zijn op peil en het zijn vooral oudere mannen die moeite hebben met de anderhalve meter. Maar die zijn altijd al wat minder geneigd rekening te houden met de persoonlijke ruimte van alle mensen. Geliefde en ik zullen niet met Corona thuis komen te zitten, maar hebben toch wat extra dingen in huis gehaald. Als het goed is mag je boodschappen blijven doen en de hond uitlaten. Je zou bijna een hondje nemen om de komende dagen naar buiten te mogen, want wat gebeurt er als je jezelf gaat uitlaten? Ik hoop op wat coulance in deze. Ik ben immers niet meer besmettelijk, maar als je niemand meer test dan weet je dat niet

In 'Haus Langenberg'in Goch

In ‘Haus Langenberg’in Goch

.

maart 2020