Liefde in tijden van Corona, voorlopige finale: Corona en expats en bewapen nooit die boa’s!

Schema expat problemen

Al werkende aan geëmigreerde kunstenaars in de negentiende eeuw, Duitse naar Nederland en Engelse, Amerikaanse, Limburgse, Franse, Duitse, Deense, Hollandse en Belgische kunstenaars naar Rome kwam geliefde een interessant schema tegen waarin de problematiek van een gemiddelde expat met zijn gezin uitgelegd wordt. Hij liet mij dit zien en ik dacht even dat hij hiermee onze situatie van tien jaar geleden en heden onder ogen bracht. Zo helder had ik onze gezinsproblematiek, die natuurlijk ingewikkelder is, niet eerder doorzien.

Om een paar opmerkingen weer te geven: “I miss my personal support network (family or friends); I don’t like being financially dependent on my partner; I am worried about my future finances; I still need to adjust to a different business culture/ work environment; I don’t have a professional network here; I have suffered a loss in personal income; I have trouble making new friends; I have had some trouble with culture shock; I am tired of expat life and would really like to put down roots somewhere, but I can’t; the language barrier is a problem for me; my partner/ family doesn’t seem happy with the decision to move here; moving abroad has been bad for my psychological and mental health.”

De realisering dat verhuizen naar Limburg eigenlijk emigreren was, werd plotsklaps glashelder. Niet te vergelijken met een verblijf in Friesland, Drenthe, Twente, Zuid- Holland, Zeeland, Zuid- Holland of de Achterhoek. En dat is natuurlijk de link met de huidige tijd: je zal als expat maar corona krijgen. Nu begrijp ik waarom ik mij zo’n zorgen maak in één van de zwaarst getroffen gebieden van Nederland, waar het carnaval van volgend jaar alweer voorbereid wordt. Ik las namelijk een stukje van de pagina van ‘de Limburger’ online omdat ik wat meer wilde weten over de zangkoren in Gronsveld die getroffen waren door het virus en leden verloren hadden. Ik vind dat zo’n naar verhaal: als er iets is wat ik hier waardeer, is het wel de koren en de fanfares die zo dapper tegen de tijdsgeest inspeelden en nu met de wind des tijds meespelen. Geen enkel bezwaar tegen. Dat de ‘Maastrichter Staar’ echter het liedje ‘Ciao bella’ op zijn repertoire heeft staan, vind ik wat minder, want ik kan deze traditionele mannenclub (vermoedelijk rk) en het Italiaanse vrijheidslied toch niet met elkaar rijmen. Net als de ‘Engel van Maastricht’ die eigenlijk een oorlogsgodin is. 

Op diezelfde pagina stond ook een foto van twee ondernemers in Heerlen die toch graag een doorstart van de carnaval zien. Ook geen bezwaar tegen hoor, als expat kan ik mij wel zorgen maken over het virus, maar het echt krijgen is een uitdaging, als ik het zou willen krijgen. Wat dat aangaat voel ik mij, ondanks de expatproblematiek behoorlijk veilig. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel.’

Het is niet nodig om weer in het verleden te gaan wroeten en zelfs niet in de recente verleden tijd om weer allerlei voorbeelden van discriminatie van Hollanders op te rakelen. Ik weet inmiddels door de laatste opmerking in het rijtje, dat het uiteindelijk een wisselwerking is geworden waarin ik zelf de hoofdrol ben gaan spelen. Een expatdrama met een zelf benoemde dramaqueen. Tijd om dat eens te gaan doorbreken door er aan hard aan te gaan werken, maar geen idee hoe. Corona heeft enkele initiatieven lelijk gedwarsboomd die, gezien mijn eigen gesteldheid al geen goede start maakten, en waarschijnlijk niet dat op zullen leveren wat ik gehoopt had, namelijk een gewoon gezellig leven zonder Limburgers die te pas en te onpas vragen wanneer je nou gaat verhuizen. 

Behalve corona zit ook de tijdsgeest niet mee. Het regionalisme en lokalisme tieren welig, vooral in deze contreien. De traditie was altijd al heel sterk, maar ergens worden er stiekem schepjes bovenop gedaan die de tegenstelling centrum- periferie alleen nog maar erger maken. De intellectuele, regionale elite speelt hierin een rol, een rol die toch eens door onderzoeksjournalisten bij de kop gepakt moet worden. Ik zou mij beperken tot de steden Leeuwarden en Maastricht: de concurrenten in de strijd om de culturele hoofdstad, niet meer dan een vertoon van regionale culturele impotentie ten top, waar geen enkele Nederlandse stad eigenlijk meer aan mee zou willen doen.

Wij gaan het niet hebben over Alma Tadema hoor, één van de meest anti- democratische kunstenaars van zijn tijd. Een hele discutabele opmerking natuurlijk: want was nou democratie in zijn bestaan, waarom zou hij een andere opvatting hebben dan zijn opdrachtgevers en heeft dat een negatieve uitwerking op zijn kunst. Natuurlijk niet, alléén werd de kunstenaar niet op deze manier in zijn netwerk gezet en zijn kunst een betekenislaag ontnomen, die wel zeker heel belangrijk was. Dat hij de herinrichting van het koor van de Dom van Aken mede gefinancieerd heeft, is maar een klein voorbeeld van zijn zeer conservatieve geest. Eugen Weber schreef het al eens: ‘l’avenir du passé n’est pas sûr’. En Albert Boime weet in vier delen overtuigend te bewijzen dat elke kunst in de negentiende eeuw politiek is. 

De democratie gaat mij hier ter harte en de regionale elite en intelligentsia wil hierin nogal eens uit de bocht vliegen door stelselmatig de ‘natiestaat’ te verbeelden als Goliath, tegen wie de stad als een David vecht. Het begrip natiestaat is dermate gedevalueerd in het academisch spraakgebruik dat ik voorstel hiervoor in de plaats verplicht ‘jonge democratie’ of ‘vroege democratie’ te gebruiken. Want het waren grotendeels democratieën in wording, deze natiestaten en niet de gedrochten in het traditionalistische jasje van een koninkrijk gewrongen die door anti- liberale en conservatieve partijen in het leven waren geroepen om de periferie, het edele en gelovige platteland het loodje te doen leggen. Niet de onrijpe democratieën die willens en wetens de provincies als wingewesten beschouwden. Dat de uitkomst weliswaar wel zo was, is een weeffout in die democratie geweest en is in Nederland sterk verbonden met de verzuiling. Een waanzinnig ondemocratische manier van samenleven. 

Dat de democratie na de Eerste Wereldoorlog, toch inmiddels een behoorlijke rijpheid verkregen hebbend, voor de periferie niet goed uitgewerkt heeft, heeft niet met het centrum van doen, maar met de onmacht in de regio’s zelf om zich goed te bedienen van de democratische instrumenten. En bovenal voortdurend zelf op die vermeende tegenstelling te wijzen door de rijke elite (want de elite in de periferie is erg vermogend), waardoor haar machtspositie versterkt wordt. Dat die tegenstelling inmiddels wel sterker geworden, heeft de periferie dus voor een groot deel aan zichzelf te danken. En dat ook de lokale en regionale intelligentsia wel vaart bij het versterken van die tegenstelling is dus ook  evident. (En dan te bedenken dat het hier om mensen gaat die dankzij de democratie hebben kunnen studeren en de posities hebben kunnen verwerven, die ze nu hebben.)

Vanuit dit gefrustreerd, antidemocratisch, stedelijk perspectief is het zo afkeurenswaardig om mensen die niet opgeleid zijn voor het echte politievak van wapens te voorzien. Het instituut van de nationale politie is geen geweldig fenomeen, dat is duidelijk; maar dat falen kan beter niet opgelost worden met boa’s, maar met een herverdeling van macht en bevoegdheden. Want uiteindelijk gaat het daar toch alleen maar om: de macht zo dicht bij zichzelf houden en het liefst met wapens, want niemand is meer onder de indruk van een uniform. 

Ik heb op zich niets tegen boa’s, prima mensen, maar wel tegen de rol die zij kunnen gaan spelen in anti- democratische ontwikkelingen waarvan niemand wil dat die gaan komen, maar die onvermijdelijk zijn. Want blijkbaar is de democratie in een provinciehoofdstad een hele andere dan de democratie in het regeringscentrum. Om de democratie weer passend te krijgen bij een volwassen democratie waarin centrum en periferie samenwerken, hebben wij stemplicht nodig en een afschaffing van politieke partijen op godsdienstige grondslag of minstens een financiele droogleggen vanuit de overheid van deze partijen (en geen bijzonder onderwijs, behalve geheel zelf bekostigd). En zeker geen gewapende boa’s, al is het maar met zo’n wapenstok. Een agressiever gebaar kun je bijna niet maken, dan met veel bravoure zo’n stok uitslaan en weer inklappen.

mei 2020