Tweede fragment van een foliant gevonden te Serouyeh

Tweede fragment van een foliant gevonden te Serouyeh

Met zes jaar zei mijn vader: “Nu kun je lezen. Ik geef je dit kleitablet om te ontcijferen. Als je met veertig nog niet weet wat er staat, raadpleeg mijn boekenkast, want die is van jou. Ben je zestig en het is nog niet gelukt, lees dan je leven met terugwerkende kracht, maar zonder mij.”

Nog kan ik niet lezen het oudste schrift van de wereld: tussendoor kwam het leven met af en toe een aardbeving, waarna ik de breuklijnen probeerde te lijmen; teveel scherven bleven liggen. Restaureren met natte klei of klodders lijm in bakken zand hielp niet.

Spijkerschrift met rietpen in klei gekerfd: maar welke klei? Niet de Zeeuwse in oud gips gevat, gelakt en gedroogd, gezegd gevonden te zijn bij dam van Assoean, maar eerder uit wat nu Syrië is. De oudst bekende wereld met bibliotheken en archieven.

Misschien klei, in willekeurige volgorde want ik kan niet lezen, uit de omgeving van Uruk, de heilige stad Sipar, Nippur de godenstad van Sumer, de Esgatela-tempel in Babylon waar de laatste notitie gekerfd werd of de magistrale bibliotheek van Niniveh.

Onmogelijk uit Serouyeh, maar met interbibliothecair leenverkeer in het verleden daar beland. Welke schriften werden geschreven op kleitabletten, waarvan ik het bestaan niet weet, niet kan lezen.

“Zij die tekens inkerft” onder patronage van goden Nisaba en Nabu. Zo bijzonder waren de vrouwelijke schrijvers in Akkadië, schrijvend voor goden en prinsessen, maar zij kerfden toch niet in dit tablet. Noch de Mesopotaamse man Utnapistin, die verhaalde van Noach’s Zondvloed.

Geliefde denkt “lijsten met graanopbrengsten.” Kan, maar zo banaal. Ik transcribeerde verder met de Hammurabi-stèle begeleid door rituele buigingen voor het diorieten beeld van Gudea, koning van Lagasj, tevergeefs. Ik kan niet lezen.

Stiekem leef ik terug, begin opnieuw met een ander onleesbaar verhaal.

mei 2021