Wie had ooit gedacht dat ik helemaal gelukkig zou worden in een Veolia-trein

Hoe een ideale treinwagon eruit zou kunnen zien, merkte ik bij het instappen van een Veolia-variant al weer enige tijd geleden. Een aparte coupé met tafels en banken waar je geriefelijk naast een groot raam je hele bedoeninkje voor je neer kunt leggen en datgene kunt doen, zonder dat je je in allerlei onmogelijke houdingen hoeft te wringen of telkens maar weer dat potlood, die pen of dat blad papier van de grond hoeft te rapen. Je knieën tegen de rugleuning van de voorganger-stoelen stotend, of je knie helpen buigen om alles weer in gestrekte positie te krijgen. De symbooltjes op de deuren geven aan dat telefoneren en kletsen hier niet gewenst zijn en de treden die je moet beklimmen om vervolgens een speciale deur te openen, garanderen inzet voor een goed verloop van de studiereis. Wie had ooit gedacht dat ik helemaal gelukkig zou zijn in een Veolia-trein. 

In de Veolia-wagon was nog een afdeling, die bestemd was voor de sociale reizigers; een veel grotere. Daar zaten pratende mensen en ik prees mij gelukkig dat het onderscheid tussen sociaal en minder sociaal zo zonder vragen geaccepteerd werd. Ik hoefde mij nergens voor te schamen. Je wilt het commentaar niet weten, dat je krijgt als je je mond opendoet in de stiltecoupés van de NS rijtuigen. Een medereiziger raadde mij eens spontaan aan dat ik eerste klas moest gaan reizen als ik echt in stilte wilde reizen.

Een kennis van mij had dat ook al eens geadviseerd, toen ik lange, dagelijkse treinreizen maakte tussen Rotterdam en Leeuwarden, maar dan niet vanwege de stilte, maar vanwege het feit dat de eerste klascoupés statistisch-constructivistisch op die plaatsen in de trein gesitueerd waren, zo dat bij een calamiteit de schade daar het minst zou zijn. Ik denk er iedere keer aan als ik helemaal voorin de trein stap, zodat ik in Maastricht niet helemaal van achter naar voor hoef te lopen.

Daarom viel het verhaal van een scribent van de NRC bij mij helemaal verkeerd. Hij bleek de wederhelft van een andere scribent te zijn en dat bevestigde bij mij de indruk van nepotisme en voorkeursbehandeling van speciale Nederlanders bij dit blad, dat ik altijd al gehad had eigenlijk. Ik weet nog dat geliefde bij een sollicitatiegesprek, dat de redding had kunnen brengen in de langzame karaktermoord in Leeuwarden die ik onderging, afgescheept werd met de opmerking: ‘Zo, in uw gezin is dus al een inkomen.’ Ik denk niet dat in de kringen van de NRC dit traditioneel een selectiecriterium is geweest, in tegendeel.

Maar dat is een bijkomend zaakje: de betreffende schrijver vond dat hij een eerste klas abonnement verdiend had, omdat het met zijn schrijverij voorspoedig gegaan was dit jaar. Ik hoop dat er op het wensenlijstje van echtgenote geen belangrijkere zaken stonden, maar goed. Hij beschrijft zijn gevoelens als hij door de eerste klas wagon loopt waar de gearriveerde Nederlanders zitten, veelal NRC-lezers. De ‘machertjes’ en de ‘macherinnetjes’ van Nederland, die alleen in de Randstad lijken voor te komen en in de ambtenarentreinen die uit de uithoeken van Nederland naar diezelfde metropool rijden (en weer terug). De reguliere treinen van en naar de uithoeken van Nederland laten zeeën van ruimten zien in de eerste klascoupés en iedereen gaat braaf zitten waar hij voor betaald heeft. Maar is dat zo? Is het, even rekenkundig gezien dan, niet zo dat de overdaad aan op elkaar gestapelde tweedeklas-reizigers juist de eerste klas mogelijk maakt? Hoe kunnen treinen überhaupt kostenneutraal rijden met zoveel lege eerste klasplaatsen? 

De scribent acht zelf een derde klas noodzakelijk, zodat mensen kunnen voelen dat ze ergens naar toe kunnen werken als ze dat willen. Sociaal darwinisme bij een generatie die toch beter zou moeten weten, maar misschien niet naar University College kon om dat mee te krijgen, omdat die toen nog niet bestond. Jammer, van deze jaargang, weer een onderwijskundig debacle en een bewijs dat behalve begrijpend lezen ook zelfstandig lezen een probleem geworden is.

Een nieuwe opzet van de wagons in een sociaal en asociaal gedeelte lijkt mij veel fijner: iedereen die zich wil concentreren op boek, geschrift, laptop, film of muziek achter de tafels: van middelbare scholier die nog een proefwerk wil voorbereiden tot de professor die een referaat door moet lezen, van een huisvrouw die graag rustig een Netflix-serie op haar tablet wil zien met een kopje koffie ernaast, tot de puber die geen ‘buitengeluiden’ door zijn muziek wil horen. Gewoon, gewone mensen die niet hoeven te voelen dat er ook buitengewone mensen zijn.

Leuk dat nog geen dag later de NS een gratis upgrade van haar abonnementen naar de eerste klas beloofde. Had daar iemand ook de NRC gelezen?