Vernietigde professionele identiteit

Soms kom je tijdens een medisch proces een moment tegen waarop je een dieper inzicht krijgt in jezelf en je omstandigheden. Ik mocht zo’n moment twee weken geleden meemaken tijdens een bezoek aan een maatschappelijk werker van het ziekenhuis. Ik maakte daarvan graag gebruik omdat ik nog in een oncologisch traject zit en optimaal wilde profiteren van dit traject voor wat betreft de niet-oncologische bijkomendheden, zoals het Toon Hermanshuis, de schrijfcursus en nu deze ontmoeting. Het was overigens niet uit verveling, waardoor ik mij wendde tot deze dienst.

Het heeft geen zin om nog eens mijn oude geschiedenis te vertellen, want het wordt allemaal zo langzamerhand een beetje belegen, maar de aanleiding was wel dat ik mij voorgenomen had zo zoetjesaan te werken aan een betere versie van mijzelf. Ik heb die versie wel heel erg lang verwaarloosd en dat brengt nare consequenties met zich mee, die vooral voor mijzelf onaangenaam zijn. Eén daarvan is toch wel de narcistische kijk die je ontwikkelt op je omgeving als je zo lang in een isolement leeft.

En nu juist de aanleiding voor dat isolement wist de maatschappelijk werker na een paar minuten glashelder te verwoorden: ‘Ze hebben je professionele identiteit vernietigd’. Dit naar aanleiding van mijn relaas over de smadelijke aftocht uit het Regionaal Historisch Centrum Limburg en het gebrek aan reïntegratie-mogelijkheden op mijn vakgebied daarna onder de hoede van de werkgever. Het was een moment van helder inzicht waarna ik zelf het kader kon invullen.

Inderdaad heb ik na mijn ziekmelding gedwongen alleen nog maar vervangende werkzaamheden verricht, omdat er geen mogelijkheid was in mijn vak verder te gaan. De aan drank- en drugsverslaagde directeur die ik toen had (even terzijde: schaaltje 14 fulltime) deed vrij duidelijk de deur dicht. Nu begrijp ik ook wel dat ik dit signaal niet had kunnen negeren en dat een terugkeer in deze organisatie met deze directeur moeilijk zou zo niet onmogelijk zou zijn, begrijp ik ook wel. Maar iedereen wist al dat deze mijnheer het niet zo lang uit zou houden en ik was ook totaal niet met deze leidinggevende bezig, in de zin dat het iemand was met wie ik lang rekening zou moeten houden. Dat hij mij een inhoudelijk mindere beoordeling gegeven had, nam ik hem wel kwalijk vooral omdat hij een ‘informant’ had gebruikt, zonder naam en toenaam te noemen. Gelukkig heb ik die beoordeling overtuigend onderuit kunnen schoppen, al ben je wel getekend door zoiets. Bij mij bleef het hangen.

Inmiddels zijn wij een paar generaties verder en is het niet meer zo vanzelfsprekend dat je identiteit samenvalt met het werk dat je doet of de opleiding die je genoten hebt. In tegendeel: de krapte op de arbeidsmarkt zorgt voor een flexibele houding t.a.v. je zelfbeeld en de noodzaak geld te verdienen maakt je inventief. Een wetenschappelijke opleiding valt nu al snel in de categorie ‘beschikt over goede onderzoeksvaardigheden’ en daar kun je overal wel mee terecht. 

Waarom is het dan voor mij zo’n probleem geweest om afscheid te nemen van mijn professionele identiteit? Ongetwijfeld speelt mijn jeugd hierin een grote rol: ik ben de dochter van een archivaris en zelf ook archivaris geworden, niet omdat ik niets anders wist te verzinnen of dat mijn vader een te grote vinger in de pap had in mijn ontwikkeling, maar gewoon omdat ik het een mooi vak vind en voor veel aspecten daarvan aanleg heb. Dus er is sprake van een iets grotere emotionele lading van mijn vakvrouwschap. Daarbij komt dat het niveau waarop ik kon gaan werken, wetenschappelijk archivaris, een stap voorwaarts was op de sociaal-maatschappelijke ladder als eerste in vaders familie als vrouw afgestudeerd. Een volgend gekleurd randje van mijn identiteit. Het volgende extra kleurtje is de status van een vrouw met een eigen inkomen en alle voordelen die dat met zich meebrengt. Een full-time werkende vrouw, ook de eerste in die familie. En dan daarna nog eens het glanzende laagje van de voorbeeldfunctie voor mijn eigen dochters: een moeder met een professionele loopbaan, een eigen inkomen en een spiegel voor hun toekomst. Vooral dat laatste laagje is wel heel dof geworden, ik krijg er bijna tranen van in mijn ogen.

Het beroven van iemands professionele identiteit is een vorm van karaktermoord en een dergelijk misdrijf had ik in Leeuwarden al eens meegemaakt, maar dan op het persoonlijke vlak. Ik klaag de werkgever aan die zich niet aan de reïntegratie-regels gehouden heeft, geen contactmomenten ingebouwd heeft die wel wettelijk verplicht zijn en niet gereageerd heeft op mijn voorstellen tot reïntegratie. Zijn advies, mij bij monde van een aardige p&o mevrouw informeel overgedragen was, om eerst maar eens een jaartje uit te rusten en dan in een andere culturele instelling rond te kijken (waar ik niets voor voelde, maar er is nooit een gesprek geweest om dit duidelijk te maken). Vervolgens laat de werkgever niets meer van zich horen en kom je onder de hoede van het UWV terecht en verdwijnt de werkgever uit beeld. Mijn eerste reïntegratievoorstel deed ik al na een maand ziekte, omdat ik wist dat het wegvallen van mijn professionele identiteit voor mijn type mens desastreus is, maar ik zal het ermee moeten doen tot mijn pensioen.