Leren lezen

Jullie zijn hier niet geweest,
toch? Zeg nu eens even mam.
Dit is bloedkoud, he papa?
Bloed, bloed, bloedkoud; dat is zo.
Dat rond-ding-huis vind ik mooi.

Hallo, twee macchiato’s
en een chocolademelk.
Moeder leest voor maar drinkt niet;
theelepel is niet van hout.
Het kind moet leren lezen.

Ga even achter u langs.
Zwangere vrouw met blouse, wit,
broek blauw; uitgeput en stil.
Twee espresso’s in haar hand.
Man, rode trui, met dienblad.

Moet Syd naar de tandarts?
We fietsen naar huis zonder
een brood te kopen. Jammer
dan ik er geen stuk van
afbreken. Tandenpoetsen.