Een album amicorum voor een algemeen rijksarchivaris

Tijdens het schrijven van het vorige, in tranen gedrenkte blog (wat raar dat het zó lang geduurd heeft voordat die emotionele ontlading kwam) ging er bij mij een lampje branden, dat al die jaren eerder een soort licht wakkerend kaarsje was. Mijn trauma ligt ingebed in een veel groter geheel van machinaties en is helemaal niet zo persoonlijk en privé als omstanders beweerden en ik zelf altijd gedacht heb. Het heeft ook minder te maken met weeffoutjes in mijn persoonlijkheid, gebrekkige opvoeding of ongelukkige partnerkeuze wat evenzoveel anderen mij ingefluisterd hebben
.
De kern van het verhaal lijkt dus inderdaad te draaien om die fusie-bewegingen in de jaren negentig van rijk- en gemeentearchieven in de provinciehoofdsteden. Een fusie die alléén vanuit het rijk geëntameerd werd en alleen het rijk bezuinigingen opleverde. Ze zaten daar met een relatief grote hoeveelheid peperdure gebouwen in hun maag (Rijksgebouwendienst zal hierbij ook wel een aantal veren hebben moeten laten) waarin instituten gehuisvest waren die totaal geen geld opleverden. Wanneer je dus over keiharde guldens spreekt, de intrinsieke waarde van cultureel erfgoed werd in die jaren definitief ontwaard en de verantwoordelijkheid van het rijk voor juist dit kwetsbare bezit geheel van zich afgeschoven, dan brachten en brengen deze archiefinstellingen inderdaad niets op.

De winst voor de gemeenten lag eigenlijk alléén in het samen dragen van slechts een paar schamele vormen van overheadkosten. Verder hebben zij er volgens mij alleen maar de zure appelen van geplukt, want zij moesten gedwongen inhuizen in peperdure gebouwen en daarvoor geld betalen omdat het zogenaamd goedkoper was.

De toenmalige algemeen rijksarchivaris en de rijksarchivaris zijn indertijd in Leeuwarden gaan praten met de burgemeester, de wethouder en de commissaris van de koningin vertegenwoordigd door de provinciaal archiefinspecteur (ik denk dat clubje, maar weet het niet zeker) over de fusie van het gemeentearchief in Leeuwaren met het Rijksarchief. Iedereen wist daarvan ook de mensen van het gemeentearchief zelf, maar ik niet. Misschien heb ik het niet geweten omdat ik de juiste ingangen niet gevonden had om deze kennis te verzamelen. Dat is overigens wel het gevolg van een aangeboren gebrek aan politiek en bestuurlijk inzicht geloof ik, naast het niet hebben van een Fries netwerk, waar ik eigenlijk achteraf gezien alleen maar blij om kan zijn want anders was ik helemaal nooit ergens gekomen en die Friezen kun je missen als kiespijn.

De houding van alle gemeentearchieven in Nederland tegen de fusies was negatief: enkele steden hebben stand gehouden, waaronder Leeuwarden en Den Bosch voor zover ik weet. De overige zijn allemaal in ‘liefdevolle’ omhelzing bij elkaar gekomen en leven nog lang en gelukkig met elkaar samen. Dat laatste is een understatement. In Groningen brak de pleuris uit, daar heb ik nog een klein beetje van meegekregen vanaf de zijlijn en van de andere plaatsen zoals Arnhem, Middelburg, Haarlem, Assen en Zwolle, weet ik alleen dat de toenmalige gemeentearchivaris van Assen door de bobo’s van het Asser Rijksarchief als zó minderwaardig werd weggezet, ze noemden hem ‘Petertje’ met hele langgerekte medeklinkers in een smalend gezicht, geen enkele schijn van kans maakte om als gesprekspartner te dienen. Nu ik dit schrijf word ik weer plaatsvervangend boos en denk aan de man en waar hij nu zit en aan het feit dat degene die dit presteerde nu met een dik pensioen zit te vrijwilligen in zijn archieven waar hij al veertig jaar opgezeten heeft.

Ik snap heus wel dat in de grote mannenwereld van de jaren negentig dit gewoon allemaal kinderspel was, maar het zou toch mooi zijn als daar nog eens verslag van gedaan zou kunnen worden in de vorm van oral history en een bundel persoonlijke verhalen. Zo vaak kwam en zal het niet voorkomen dat in een volstrekt onvruchtbare niche van de Nederlandse samenleving zoveel reuring ontstaan is. En juist die niche is verantwoordelijk voor het geheugen van Nederland, op papier dan vooral. De crux is geweest dat die mentaliteitsomslag bij de overheid voor zoveel problemen gezorgd heeft. Een bijdrage van de betreffende algemeen rijksarchivaris voor zijn album is daarom wel gewenst.

In deze krankzinnige paradigmawisseling van de rijksoverheid (er werd in die tijd met grote ogen in het vakgebied voortdurend over paradigmawisseling gesproken, terwijl het alleen maar om de overgang naar een digitale infrastructuur ging. Volgens mij is er helemaal niet zoveel veranderd, wij bewaren alleen véél minder omdat de grip verloren ging, dat is de verschuiving.Daar is een andere algemeen rijksarchivaris weer verantwoordelijk voor geweest overigens) past ook de inzet van een onderzoeksbureau Bakkenist. Misschien was het wel een gender gestuurde ontwikkeling: de emancipatie van vrouwen leidde tot een veranderde cultuur en daar moest met testosteron en heel veel golfen(met zo’n club) tegenwicht aan gegeven worden. Al die mannetjes golfden in die tijd wat af: grappig he. Als ik was gaan golfen dan had ik het vast allemaal beter geweten en beter gedaan, maar ik vind het toch een sloom spel. Misschien had ik de trolley kunnen ombouwen tot buggy, dan was het misschien wel leuk geweest.

De ingeslotenheid in jezelf dat een trauma veroorzaakt, gecombineerd met de geboorte van een eerste kind maakte mij blind en doof voor wat er verder om mij heen gebeurde. De nare dingen die voorgevallen zijn, vallen niet goed te praten en waren niet nodig geweest als ik van begin af aan betrokken was geweest bij de fusiebesprekingen en daarover met mijn achterban had kunnen praten en een stelling had kunnen innemen. En dat geaccepteerd werd, dat ik al naar iets anders aan het uitkijken was en men mij daar echt de tijd voor had gegeven om fatsoenlijk te vertrekken. Die vergelijking met een mossel had echt niet gehoeven, maar zegt gelukkig meer over de sprekers.

Ik weet niet of ik door jeugdigheid en onervarenheid bewust ben uitgespeeld door de grote jongens, letterlijk en figuurlijk of dat het gewoon de verkeerde vrouw op de verkeerde plek is geweest. Vermoedelijk beiden. Als dat uitspelen echt is gebeurd, en bij de betreffende verantwoordelijken (algemeen rijksarchivaris en provinciaal archivaris) weet ik dat toch welhaast zeker, dan ben ik eindelijk op een leeftijd gekomen dat ik ze een bijzonder nare dood toewens of een album amicorum waarin alle persoonlijke ervaringen komen te staan. Ik zorg voor de illustraties, want een album is toch wel een meer aardige geste.

En eigenlijk ben ik best wel trots op die gasten van het gemeentearchief, dat ze stand gehouden hebben want ik zag het ook niet zitten om de gedwongen bezuinigingsoperatie van 10 % van de totale begroting aan eigen inkomsten bij elkaar te scharrelen, voor elkaar te krijgen. Ik krijg het er nog benauwd van: krijg mijn eigen huishoudportemonnee al niet op orde. Misschien dat de toenmalige burgemeester ook een zo’n albumpje verdient. Maar ach, het was ook de geest van de tijd.

Misschien dat het nu weer de geest van de tijd is om die archieven weer te gaan splitsen, want met die hele grote stadsprovincies die er gaan komen en met de gefuseerde kernen in de periferie zijn kleinere historische centra toch veel aardiger: een soort cultuurhistorische speelplaatsen. Daarbij zijn sommige gefuseerde instituten zo slecht uit het traject van de jaren negentig gekomen (denk aan Utrecht) dat het bijna alleen maar beter kan worden met een ontvlechting. Nou, heb ik ook weer werk gecreëerd op digitaal papier. De volgende generatie mag mij dankbaar zijn. Ach je moet toch wat doen op zo’n ochtend waarin je een bijna lege cloud aan het opruimen bent. Gelukkig van die backups, ik hoop dat de paradigma-wisseling daarin voorzien heeft, maar vrees het ergste.